Bedrijfsopvolging: Overdracht en successiewet
Fiscaal zorgt een overlijden of een schenking van een onderneming voor de nodige hoofdbrekens. Overlijden en of schenken staat gelijk met verkrijgen. Fiscaal staat dit haast synoniem met een belastingaanslag. Wanneer de nalatenschap en of schenking dan ook nog alleen uit een onderneming bestaat, kan de financiële last soms (te) hoog zijn. Om deze onredelijkheid weg te nemen is een speciale regeling opgenomen in de Successiewet. Met deze regeling wil de wetgever voorkomen dat een economisch wenselijke bedrijfsoverdracht geen doorgang kan vinden vanwege fiscale belemmeringen. De faciliteiten die dit mogelijk maken zijn onder andere een vrijstelling en een betalingsregeling.
Bedrijfsopvolgingsregeling
In beginsel wordt altijd de waarde in het economische verkeer van de onderneming, als belaste verkrijging aangemerkt, tenzij de liquidatiewaarde daarvan hoger is. Op uw verzoek wordt in de aangifte 60% van de verkrijging voorwaardelijk vrijgesteld. Vanaf 2007 wordt dit zelfs 75%. Het uitstel is renteloos. De voorwaardelijke vrijstelling wordt definitief, wanneer u aan de volgende eisen heeft voldaan: U moet de onderneming minimaal vijf jaar voortzetten, of waar het de BV betreft, de aandelen vijf jaar aanhouden. Als extra voorwaarden bij schenking gelden dat de schenker 55 jaar of ouder moet zijn, 45% of meer arbeidsongeschikt is en minimaal 5 jaar de IB-onderneming heeft gedreven of een aanmerkelijk belang in een BV heeft gehad.
Uitstel van betaling
Voor de verschuldigde successie- en schenkingsrechten voor de resterende 40%, kunt u uitstel van betaling krijgen. Ook hiervoor ontvangt u een conserverende aanslag. De periode van dit uitstel bedraagt tien jaar. U mag deze schuld aflossen in termijnen of na tien jaar ineens. Hierover is overigens wel invorderingsrente verschuldigd. De belastingschuld mag u niet opnemen in box 3 van uw aangifte inkomstenbelasting.
Wachten tot 2007?
In tegenstelling tot overlijden is de schenking van uw onderneming wel te plannen. Aangezien bij bedrijfsopvolging de vrijstelling van 60% naar 75% zal gaan, kunt u wellicht schenkingsrecht besparen door uw onderneming per 1 januari 2007 over te dragen.
Volop werken aan winst
Het nu al veelbesproken wetsvoorstel Werken aan winst is aan de Tweede Kamer aangeboden. Ondanks de huidige status van de Tweede Kamer zullen de plannen vermoedelijk op 1 januari 2007 ingaan. Ook het MKB gaat meeprofiteren van de plannen. Hierna volgt een aantal interessante punten uit de voorstellen.
Tariefsverlagingen
Allereerst zal het tarief van de vennootschapsbelasting dalen naar 25,5% (dit is nu 26,9%). Ook het MKB-tarief (tariefopstapje) wordt aangepast. Resultaten tot € 25.000 worden tegen 20% en tot € 60.000 tegen 23,5% belast.Ook in de inkomstenbelasting is een tariefsverlaging aangekondigd. De IB ondernemer profiteert dus mee. De verlaging wordt bereikt door 10% van de winst vrij te stellen van belasting (de MKB-winstvrijstelling). Deze verlagingen zullen (uiteraard) moeten worden gecompenseerd, door een grondslagverbreding en het aantrekkelijk(er) maken van Nederland als fiscaal vestigingsland.
Verliesverrekening
De huidige termijn van achterwaartse verliesverrekening van die jaren wordt teruggebracht naar één jaar bij BV's en aanmerkelijk belanghouders. Dit geldt dus niet voor IB-ondernemingswinsten. De onbeperkt voorwaarts te verrekenen verliezen worden voor alle belastingplichtigen beperkt tot negen jaar. Er wordt een overgangsregeling getroffen. Alle verliezen tot en met het jaar 2002 blijven verrekenbaar tot en met 2011.
Afschrijving bedrijfsmiddelen
U kunt beleggingspanden vanaf volgend jaar maximaal afschrijven tot aan de WOZ-waarde. Voor panden die de onderneming in eigen gebruik heeft of die bijvoorbeeld worden verhuurd aan een dochtervennootschap, mag u afschrijven tot 50% van de WOZ-waarde.Heeftu zakelijke goodwill betaald, dan kunt u deze slechts fiscaal afschrijven in tien jaar (nu meestal vijf jaar). Voor andere bedrijfsmiddelen (denk aan machines, inventaris, auto’s en computers) wordt deze termijn verhoogd van drie naar vijf jaar.
Overig
Kosten die gemaakt worden in het kader van de verkoop van een deelneming, zijn niet langer aftrekbaar. Om Nederland nog aantrekkelijker te maken voor het buitenland, worden twee nieuwe fenomenen geïntroduceerd: de groepsrentebox en de octrooibox. De eerstgenoemde is bedoeld om Nederland als vestigingsplaats voor concernfinancieringsmaatschappijen aantrekkelijk te maken. Het saldo van de ontvangen en betaalde rente binnen de groep wordt belast tegen 5% van het fiscale vermogen van dat jaar. De keuze hiervoor is vrijwillig en geldt voor een periode van drie jaar. De octrooibox is bedoeld ter bevordering van de kenniseconomie in Nederland. Ook voor deze box moet u kiezen en mag per octrooi worden toegepast. De winst wordt belast tegen 10%.
Paarse krokodil: weg met de irritatie!
U kent ongetwijfeld de irritatie opwekkende tv-commercial, waarin moeder en dochter wanhopig proberen hun paarse krokodil terug te krijgen van een medewerker van het plaatselijke zwembad die zich zeer ambtelijk opstelt. De term ‘paarse krokodil’ is een vingerwijzing naar de toegenomen overheidsregels onder het paarse kabinet. Het nieuwe wetsvoorstel onder deze naam moet zorgen voor een afname van de administratieve lasten voor werkgevers in de loonsfeer. Wat zijn de maatregelen en nemen zij uw irritatie weg?
- Wanneer u uw personeel geschenken in natura geeft, zijn deze belast tegen een vast tarief van 20%, waar het gaat om geschenken tot € 70 per kalenderjaar. De huidige regeling voor (onbelast te verstrekken) geschenken met een in hoofdzaak gevoelswaarde, blijft gehandhaafd.
- De administratief bewerkelijke 80-maaltijdenregeling vervalt. Alle meer dan bijkomstig (10%) zakelijke maaltijden mag u voortaan onbelast verstrekken of vergoeden.
- Vergoedingen en verstrekkingen die u doet met betrekking tot personeelsfeesten, personeelsreizen en personeelsverenigingen zijn vrij van belasting. Wel moet 75% van de (functionele groep van) werknemers hier recht op hebben. De regeling is niet van toepassing indien alleen de directeur-groot aandeelhouder deelneemt.
- De ingewikkelde regelingen voor de (tweede) telefoon, kabel, ADSL en ISDN worden vervangen door één eenvoudige regeling. De vergoeding van kosten voor telefoon en internet wordt vrijgesteld wanneer deze voor meer dan bijkomstig zakelijk worden gebruikt.
- U mag uw werknemer een vaste onbelaste reiskostenvergoeding betalen voor een heel jaar, wanneer deze voor meer dan 70% op een vaste plaats werkt.
- Ook wordt de bijtelling voor de OV-kaart afgeschaft als deze wordt gebruikt voor het werk of woon-werkverkeer. Daarnaast hoeft uw werknemer geen openbaar vervoersbewijs meer te bewaren.
- De loonbelastingverklaring komt te vervallen. Voor aanvang van het dienstverband tussen u en uw werknemer hoeft u nog maar één maal contact te hebben met de overheid. Let wel op de verplichte eerstedagsmelding vanaf 4 juli.
- De fietsregeling wordt eenvoudiger omdat de bijtelling van € 68 wordt afgeschaft.
- De bedrijfsfitnessregeling wordt mogelijk voor sporten buiten werktijd en buiten het bedrijf. Deze moet plaatsvinden op één locatie en geldt voor alle werknemers.
- De vergoedingen in verband met onregelmatige diensten worden belast.
Naast deze voorstellen worden er ook tal van wijzigingen doorgevoerd bij andere regelgevingen. U moet denken aan BTW, Motorrijtuigenbelasting, verlenging termijnen van toeslagen etc. Ook hier staat de vermindering van administratieve lasten voorop. Al deze maatregelen zullen u een hoop geld besparen. Naar verwachting € 51 miljoen. Als dat geen irritatie wegneemt…
Wat is voordeliger:
de meewerkaftrek óf de meewerk- of arbeidsbeloning aan de fiscale partner?
Werkt uw fiscale partner mee in uw eigen onderneming? Zo ja, dan heeft u te maken met de meewerkaftrek dan wel de meewerk- of arbeidsbeloning. Hierna worden de belangrijkste aspecten van deze regelingen voor u op een rijtje gezet.
Meewerkaftrek
De meewerkaftrek is voor u een aftrekpost op uw ondernemingswinst, indien u voldoet aan het urencriterium en uw (fiscale) partner zonder enige vergoeding in het kalenderjaar minimaal 525 uren meewerkt in uw onderneming. Hoe hoger uw ondernemingswinst en hoe meer uren uw partner meewerkt, hoe hoger het bedrag van de meewerkaftrek. Hoewel dit bedrag bij u aftrekbaar is, wordt ze bij uw partner niet belast. De meewerkaftrek geldt echter niet als u een meewerk- of arbeidsbeloning aan uw partner betaalt.
Meewerkbeloning
Een meewerkbeloning van € 5.000 of hoger is altijd aftrekbaar van uw ondernemingswinst, terwijl deze bij uw partner wordt aangemerkt als inkomen uit overige werkzaamheden. Wanneer de beloning lager is dan € 5.000 gelden de volgende regels. Stel uw partner werkt sinds één juni 2006 mee in uw eigen onderneming tegen een vergoeding van € 650 per maand. De totale meewerkbeloning van € 4.550 mag u dan niet aftrekken van uw ondernemingswinst, omdat betalingen tot € 5.000 aan een partner niet aftrekbaar zijn. Hoewel de meewerkbeloning op jaarbasis meer dan € 5.000 bedraagt, mag u deze niet tijdsevenredig herrekenen. Zolang de meewerkbeloning in 2006 lager is dan € 5.000 en u van aftrek bent uitgesloten wordt deze bij uw partner niet belast als resultaat uit overige werkzaamheden. Hoewel u er daar formeel gezien geen recht meer op heeft mag bij een beloning tot € 5.000 de meewerkaftrek alsnog worden toegepast.
Dienstbetrekking
Uw partner kan ook bij uw onderneming in loondienst zijn wanneer er sprake is van ondergeschiktheid. Een arbeidsbeloning tot € 5.000 is bij u van aftrek uitgesloten en behoort bij uw partner voor zowel de inkomsten- als de loonbelasting tot het vrijgestelde loon. Deze vrijstelling geldt echter niet voor loon van € 5.000 of hoger. Welke regeling voor u voordelig is, hangt af van veel factoren. Deze verschillen van geval tot geval.
BTW bij import en export: altijd lastig!
De regels met betrekking tot de omzetbelasting zijn uitgebreid en daardoor lastig. Wat moet u nu wel en wat mag u absoluut niet doen? In dit artikel geven wij in kort bestek de BTW heffing bij invoer en uitvoer weer. Hiervan is sprake wanneer u exporteert naar of importeert uit landen buiten de Europese Unie (EU).
Export
Wanneer u goederen verkoopt aan een afnemer buiten de EU en u voert de goederen ook naar dat land uit, is er sprake van uitvoer. U mag deze dan naar het land uitvoeren tegen 0% omzetbelasting. U moet dan wel kunnen aantonen dat u de goederen ook daadwerkelijk heeft uitgevoerd. Dit bewijs levert u aan de hand van douanedocumenten, certificaten, facturen, (kopieën van) vrachtbrieven, correspondentie met buitenlandse afnemers, uitvoeraangiften, invoerbewijzen etc. Wanneer u de goederen heeft aangekocht en vervolgens verkoopt en exporteert, mag u uiteraard de BTW, die aan u in rekening werd gebracht, in aftrek brengen.
Import
Wanneer u goederen invoert, bent u in het beginsel BTW verschuldigd in het EU-land waar zij binnenkomen. Dit kan dus ook het buitenland zijn. U geeft dan ook daar de BTW aan en regelt de betaling, tenzij er een specifieke regeling van toepassing is. De douanewaarde, waarover u in beginsel belasting bent verschuldigd is:
- de transactiewaarde (in het economische verkeer) van de goederen;
- de bijkomende kosten (verpakking, vervoer, verzekering etc.);
- de bij invoer verschuldigde belastingen en heffingen (behalve de BTW).
De ondernemer met een hiervoor bestemde vergunning kan gebruik maken van de verleggingsregeling. U krijgt daarvoor een code die u vermeldt op uw aangifte van het tijdvak waarin de import is aangeven. Daarnaast houdt u bewijsstukken bij de hand, zoals facturen, vrachtbrieven en dergelijke. De praktijk leert dat u in deze gevallen veelal beter een expediteur kunt inschakelen, die de BTW-formaliteiten voor u afwikkelt. Voor specifiek in de wet genoemde goederen, zoals bijvoorbeeld ruwe grondstoffen, is een dergelijke vergunning niet noodzakelijk.
Schakel de Nationale Ombudsman in bij klachten over de Belastingdienst
Wanneer men spreekt over de Nationale Ombudsman denken veel mensen aan kapotte wasmachines, mislukte vakantiereizen en aan Frits Bom. Dit beeld is onjuist. De taak van deze organisatie, die meer dan 130 personen telt, is het behandelen van klachten tussen u en de overheid. Dat geldt ook voor uw belastingaangelegenheden. Het ambt van de Nationale Ombudsman is vastgelegd in de grondwet. De directeur wordt benoemd door de Tweede Kamer.
Wanneer u zich onbehoorlijk behandeld voelt door een belastingambtenaar/de belastingdienst, kunt u daarover klagen bij de Nationale Ombudsman. Hij zal uw klacht alleen behandelen, in de volgende gevallen:
- U heeft een klacht over de handelswijze van een overheidsinstantie. Dus niet over uw reisbureau.
- U heeft daarover al (schriftelijk) geklaagd, maar zonder resultaat.
- Er is geen mogelijkheid meer om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen de uitspraak van de overheid.
- Er mag over de kwestie c.q. klacht geen uitspraak zijn gedaan door een rechter.
- U kunt niet klagen over de inhoud van de wet, maar wel over de manier waarop ze is toegepast.
Stel, uw aanslag inkomstenbelasting is onjuist vastgesteld en u hebt niet of niet tijdig bezwaar gemaakt. Hoewel uw aanslag al onherroepelijk vaststaat, kunt u de Belastingdienst toch verzoeken de aanslag ambtshalve te laten verminderen. Maar de Belastingdienst wijst uw verzoekschrift af. Hiertegen kunt u echter geen bezwaar meer maken, maar u vindt de uitspraak zeer onredelijk. U kunt dan binnen één jaar na de afwijzing, bij de Nationale Ombudsman een klacht indienen over de afwikkeling van uw verzoek. Aan de behandeling hiervan zijn geen kosten verbonden. De Nationale Ombudsman zal onderzoeken of de behandelende ambtenaar in redelijkheid uw verzoek heeft kunnen afwijzen. Daarbij wordt gekeken naar de wet, de wetsgeschiedenis en de gewezen rechtspraak. Daarnaast zal hij toetsen of de Belastingdienst de afwijzing voldoende heeft gemotiveerd. Op basis hiervan brengt hij een conclusie uit. Als hij vindt dat uw klacht gegrond is, zal hij de belastingdienst een aanbeveling doen. Zij zal vaak aan die uitspraak gehoor geven, al is zij daartoe niet verplicht! Wanneer de Ombudsman uw klacht ongegrond verklaart, zult u de genomen beslissing moeten accepteren.
Certificaten van aandelen: scheiding van machten
Wat zijn de belangrijkste redenen om aandelen (of vermogen) te certificeren? Soms om ongewenste bedrijfsovernames tegen te gaan of om het voortbestaan van de onderneming te verzekeren. Maar meestal om het vermogen fiscaal aantrekkelijk over te (kunnen) hevelen zonder daar de zeggenschap over te verliezen. Hoe gaat een en ander in zijn werk?
Met het certificeren van aandelen wordt het financiële en juridische belang in de onderneming (of het vermogen) gescheiden. De bestuursmacht blijft bij de juridische eigenaar van de aandelen. Het financiële belang komt toe aan de certificaathouder. Bij het certificeren van aandelen wordt een stichting (administratiekantoor) opgericht, die zich bezig houdt met het administreren van de aandelen of het vermogen. Dit gebeurt onder strikte administratieve voorwaarden. De stichting reikt certificaten van aandelen uit tegen de ingebrachte aandelen of het ingebrachte vermogen. De oprichting, het opstellen van de voorwaarden, het overdragen van de aandelen tegen de uitreiking van certificaten gebeurt notarieel. Het beleid van de stichting (en daarmee van de vennootschap) wordt bepaald door het bestuur, dat vaak wordt gevormd door drie personen. Bijvoorbeeld uzelf, uw potentiële bedrijfsopvolger en een onafhankelijke derde. U kunt ook regelen dat uzelf als enig bestuurslid blijft tot aan uw overlijden. En ook hierna kunt u de samenstelling van het bestuur bepalen. U regeert als het ware over uw graf heen. Zolang u bestuurder bent van uw BV, heeft u de zeggenschap. Mocht u overlijden, dan komen de aandelen (en zeggenschap) bij uw erfgenamen gezamenlijk terecht. Vaak is er maar één van hen bij het bedrijf betrokken. Er kan dan sprake zijn van tegengestelde belangen. Het nu al certificeren van de aandelen en het regelen van de bestuurdersmacht na uw overlijden, kan mogelijke problemen voorkomen. Ook wanneer u uw vermogen wilt overhevelen naar uw kinderen, kunt u gebruik maken van aandelencertificering. Door uw vermogen in te brengen in een stichting, ontvangt u certificaten. Die kunt u geheel of jaarlijks wegschenken. Het op deze wijze geleidelijk overhevelen van vermogen, bespaart toekomstige successierechten. Wanneer u (en uw partner) het bestuur van de stichting vormen, behoudt u daarnaast grip op uw vermogen. Het omwisselen van aandelen in certificaten kan zonder IB en VPB-heffing, mits geen belastingclaim verloren gaat. Let erop dat er wel overdrachtsbelasting verschuldigd kan zijn bij het certificeren van aandelen wanneer onroerende zaken worden ingebracht. Het certificeren van aandelen in zogenaamde onroerend goed BV’s, kan onder voorwaarden wel vrij van overdrachtsbelasting geschieden.
Ontslaguitkering: en wat nu?
Vaak gaat ontslag gepaard met een afkoopsom, ook wel gouden handdruk genoemd. De financiële schade wordt daarmee gedeeltelijk gecompenseerd. Kunt u nog fiscaal voordeel behalen uit deze situatie?
U heeft grofweg drie keuzes om uw afkoopsom te besteden. U kunt daarover meteen de belasting betalen. Die kan oplopen tot maximaal 52% IB. Over het netto bedrag dat u daarna overhoudt, betaalt u vervolgens jaarlijks 1,2% IB (box 3). Om directe belastingheffing uit te stellen, kunt u overwegen om de koopsom af te storten bij een verzekeringsmaatschappij of bij een door uzelf opgerichte stamrecht-BV.
Verzekeraar
Bij een verzekeraar moet de gouden handdruk worden gebruikt voor periodieke uitkeringen. Vaak wordt gekozen voor een oudedagsvoorziening, omdat er in veel gevallen sprake is van een pensioentekort en omdat het belastingtarief vanaf 65 jaar lager is. De nadelen zijn de poliskosten, het vaak vaste (en lage) rendement en de sterftewinst die de maatschappij behaalt en niet uitkeert bij overlijden. Deze hebben een waardedrukkend effect op de hoogte van uw uitkering.
Eigen stamrecht BV
Daarom loont het een verzekering af te sluiten bij uw eigen BV, bij uitkeringen van grofweg meer dan € 100.000. De BV verplicht zich om (tegen dezelfde voorwaarden als bij een verzekeraar) periodieke uitkeringen aan u te doen. De vennootschap heeft als voordeel dat u vrijer bent om uw gouden handdruk te laten renderen. De BV kan de uitkering bijvoorbeeld gebruiken voor financiering van uw (nieuwe) ondernemings- of andere activiteiten. Wel moet u rekening houden met de kosten voor oprichting en jaarlijkse instandhouding van de BV (denk aan jaarstukken, aangiften belastingdienst, Kamer van Koophandel etc.). Let erop dat de afkoopsom altijd rechtstreeks wordt overgemaakt aan de vennootschap, of aan de notaris (derdenrekening) bij BV’s in oprichting. Anders is de uitkering alsnog belast. De gouden handdruk wordt vaak gebruikt om eerder te stoppen met werken of het pensioen aan te vullen. De belastingdienst stelt zich op het standpunt dat bij een ingaande uitkering voor uw 65-jarige leeftijd er snel sprake is van een Vut-gerelateerde uitkering. Met de gewijzigde fiscale VPL-wetgeving is dit niet langer gewenst. Wanneer u hiermee geen rekening houdt, wordt u bestraft met dubbele belastingheffing. Deze bedraagt 26% (vanaf 2011 zelfs 52%) over het kapitaal dat u ontvangt. Over het overgebleven bedrag betaalt u daarna het progressieve belastingtarief in box 1. In het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 26 mei 2005 en de aanvullingen hierop in december 2005, blijkt dat u aan heel wat formaliteiten moet voldoen wilt u niet in de “Vut-fuik” terecht komen.
Wanneer uw gouden handdruk wil onderbrengen in een stamrecht-BV doet u er goed aan zich vooraf te laten informeren.
TIPS
1. Periode tussen WOZ-tijdvak en waardepeildatum naar 1 jaar
Vanaf 1 januari 2008 zal de periode tussen het vaststellen en het gebruik van een WOZ-waarde van een onroerende zaak worden ingekort naar één jaar, in plaats van twee jaren. Hierdoor zal het aantal bezwaar- en beroepschriften moeten teruglopen. De overheid zal vanaf 2008 uitgaan van de waarde per waardepeildatum 1 januari 2007. Nu is nog zo dat voor het jaar 2007 de WOZ-waarde per 1 januari 2005 wordt gebruikt.
2. Verruimde ontheffing sollicitatieplicht voor vrijwilligers
Vrijwilligers en mantelzorgers die een uitkering genieten, kunnen met ingang van 1 oktober a.s., tijdelijk (maximaal 6 maanden) een ontheffing op de sollicitatieplicht krijgen. Zij moeten wel aan specifieke voorwaarden voldoen. Het UWV beoordeelt of u voor de vrijstelling in aanmerking komt en hoe lang de vrijstelling van toepassing is.
3. Geen eerstedagsmelding? Ook zesmaandenfictie
Vanaf 4 juli aanstaande bent u verplicht voor uw nieuwe personeel een eerstedagsmelding te doen voor aanvang van de werkzaamheden. Ook bent u verplicht over de voorgaande zes maanden loonheffing te betalen wanneer u een werknemer betaalt, die niet is opgenomen in de loonadministratie. Dit heet de ‘zesmaandenfictie’. Onlangs is beslist dat deze regel ook wordt toegepast, wanneer u weliswaar uw werknemer heeft opgenomen in de administratie, maar de eerstedagsmelding niet heeft gedaan.
4. 'Ouwelullendagen' mogen wel!
U mag aan oudere werknemers toch extra vrije dagen toekennen. Hoewel een onderscheid naar leeftijd volgens de
wet Gelijke Behandeling in principe verboden is, heeft de Commissie Gelijke Behandeling beslist dat dit niet altijd zo hoeft te zijn. Voorwaarde is dat u een leeftijdsbewust personeelsbeleid voert, waarvan een seniorenregeling onderdeel uitmaakt. Ook kunnen er goede argumenten zijn om speciale regelingen te treffen voor uw oudere werknemer. U moet hierbij denken aan snelslijtende beroepen. De werknemer langer gezond aan het werk houden weegt dan zwaarder dan het onderscheid naar leeftijd.
5. Verblijfkosten eigen rijders geactualiseerd
Onlangs heeft de Staatssecretaris aangegeven, dat internationaal opererende transportondernemers, een vast bedrag als verblijfkosten per gereden dag ten laste van hun winst mogen brengen. Het moet gaan om internationale ritten van langer dan 24 uur. De vertrek- en terugkomstdag tellen voor de helft mee. Onder voorwaarden mogen ook transportondernemers die internationale ritten van korter dan 24 uur, met een enkele reisafstand van meer dan 50 km, gebruik maken van de regeling. Het vaste bedrag is € 27,50 (2005: € 27,00) per dag.
6. Afschaffing van de vestigingswet in aantocht
Aangezien de huidige vestigingswet geen waarborg meer is voor de kwaliteit van het ondernemerschap maar alleen belemmerend werkt voor startende ondernemers, is besloten om deze af te schaffen. Momenteel ligt het wetsvoorstel bij de Raad van State. De tekst van dit voorstel zal openbaar worden gemaakt bij indiening bij de Tweede Kamer.
7. Het CO2-reductieplan: subsidie voor vervoerders
Deze zomer zal de 4e ronde Verkeer en Vervoer worden opengesteld. Ieder project dat CO2-uitstoot beperkt, kan in aanmerking komen voor een subsidie. U moet denken aan projecten voor schonere voertuigen, biobrandstoffen, efficiënter vervoer, vervoersmethoden etc. Ook investeringen en kennisoverdracht op dit gebied komen voor subsidie in aanmerking.
Voor informatie kunt u surfen naar: www.senternovem.nl/transportbesparing.
8. Grenzeloos ondernemen?
Werkgevers kunnen vanaf 1 juli 2006 eenvoudiger Poolse en andere Oost-Europese werknemers aannemen. De arbeidsmarkttoets vervalt voor de agrarische sector, de binnenscheepvaart, bij slachterijen en visfileerbedrijven, in het wetenschappelijk onderzoek en in de kleinmetaal. Er gelden nog wel eisen voor de werkgever. Hij moet zorgen voor goede huisvesting en de werknemers hetzelfde loon betalen als de Nederlandse.
Meer informatie kunt u vinden op: www.cwinet.nl.
9. Heffings- en invorderingsrente 3e kwartaal 2006: 4%
Met ingang van het 3e kwartaal 2006 bedraagt de heffings- en invorderingsrente 4,00%. Dit was over het 2e kwartaal nog 3,75%. Ten opzichte van het vorige kwartaal is het sparen bij de Belastingdienst weer wat gunstiger geworden.
10. Grens MOT-meldplicht voor contante betalingen omhoog
De grens voor het verplicht melden van contante betalingen voor handelaren in zaken van grote waarde (auto's, boten, antiek en kunst) zal naar verwachting omhoog gaan van € 15.000 naar € 25.000. Deze moet leiden tot minder meldingen, waardoor meer aandacht kan worden besteed aan de echt omvangrijke zaken.
11. Worden duurdere woningen wel goed getaxeerd voor de WOZ?
Vaak wordt getwijfeld aan de juistheid van taxaties bij woningen in de wat duurdere marktsegmenten, of bij panden waarvoor niet of nauwelijks taxatiegegevens aanwezig zijn. Hierover zijn Kamervragen gesteld. De Staatssecretaris benadrukt dat de Waarderingskamer hoge en gedetailleerde eisen stelt aan de uitvoering van de Wet WOZ. Hierdoor zal de kwaliteit van de taxaties verder toenemen. U kunt dus gerust zijn aldus de bewindsman.
12. Kleine snelheidsovertreding werknemer: boete voor de werkgever
Wanneer uw werknemer iets te hard heeft gereden tijdens werktijd, is de boete voor rekening van de werkgever, aldus een opmerkelijke rechterlijke uitspraak. U bent aansprakelijk voor de schade die uw werknemer veroorzaakt, tenzij hij dit opzettelijk doet of bewust roekeloos is geweest. In de berechte zaak was hiervan geen sprake, aangezien de snelheidsovertreding minder was dan tien kilometer per uur. Wanneer deze hoger is, zal sneller sprake zijn van opzet, aldus de rechter.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Bij de samenstelling is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd, onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.

