deWaardKramer

Rechtstreeks naar inhoud gaan

Éénmalige heffing over hoge inkomens: flinke last voor de werkgever

Eén van de maatregelen die in het Lenteakkoord (ook wel het Kunduzakkoord) werden aangekondigd was de eenmalige heffing over hoge inkomens. Voor werknemers met een salaris in 2012 van meer dan € 150.000 zou een extra heffing moeten komen, te betalen door de werkgever in 2013. In tegenstelling tot andere maatregelen uit het Lenteakkoord is er tegen deze voorgenomen eenmalige heffing relatief weinig oppositie geweest (op wellicht de betaald voetbalclubs na). De maatregel is dan ook inmiddels als onderdeel van de Wet uitwerking fiscale maatregelen begrotingsakkoord 2013 door zowel de Tweede als de Eerste Kamer aangenomen. Volgend jaar worden dus alle werkgevers van Nederland geconfronteerd met deze extra heffing, althans voor zover zij werknemers in dienst hebben die meer verdienen dan € 150.000. De heffing bedraagt 16% en het bedrag van de heffing kan dus flink oplopen. Reden te meer voor werkgevers om aandacht te besteden aan deze maatregel.

Vooropgesteld: de werkgeversheffing van 16% is een eenmalige heffing. In de aangenomen wettekst is bepaald dat het betreffende artikel op 1 januari 2014 zal komen te vervallen. Werkgevers zullen dus alleen in 2013 met een extra last worden geconfronteerd. De heffing treft bovendien dus alleen werkgevers die werknemers in dienst hebben met een loon van meer dan € 150.000.
Om te toetsen of deze loongrens wordt overschreden dient te worden gekeken naar het loon van 2012. Daarbij geldt de definitie van loon zoals deze is opgenomen in de Wet op de Loonbelasting (dus inclusief bonussen, incidentele beloningen en bijtelling voor privé gebruik auto). Als het aldus berekende loon van 2012 meer is dan € 150.000, wordt er een heffing van 16% over het meerdere toegepast. Deze extra heffing moet worden afgedragen in de aangifte loonheffing over maart 2013.

De heffing wordt per werkgever bekeken. Als een werknemer bij verschillende werkgevers in dienst is en zijn totale loon komt uit boven de € 150.000, dan is de heffing toch niet van toepassing zolang de werknemer bij de verschillende werkgevers afzonderlijk maar minder verdient dan € 150.000. Alleen als bij een werkgever meer dan € 150.000 wordt verdiend geldt de heffing.

Nu lijkt dit een uitkomst te bieden voor concernsituaties. Door het loon van een werknemer over verschillende concernmaatschappijen te verdelen zou kunnen worden voorkomen dat de werknemer bij één werkgever boven de norm komt. Helaas heeft de wetgever hier een stokje voor gestoken door te bepalen dat wanneer er sprake is van verbonden vennootschappen het loon van een werknemer bij al deze vennootschappen bij elkaar moet worden opgeteld en als één geheel moet worden getoetst aan de norm.  Komt de werknemer dan boven de grens dan is toch de extra heffing van toepassing. De heffing komt in die gevallen ten laste van de werkgever waar het grootste deel van het loon wordt genoten. Overigens wordt niet precies uitgelegd wat nu ‘verbonden vennootschappen’ zijn. Hierover zal in de praktijk nog wel discussie met de belastingdienst ontstaan. Vooral in internationale situaties zal niet altijd duidelijk zijn of er sprake is van verbonden vennootschappen.

Het bedrag van € 150.000 wordt ook niet herleid naar maanden indien sprake is van een dienstverband gedurende een deel van het jaar. Dit betekent dat een werknemer met een jaarloon van € 200.000 die gedurende het jaar van baan wisselt niet onder de toepassing van de regeling valt als hij bij de twee werkgevers afzonderlijk minder dan € 150.000 verdient. Verdient hij echter bij de ene werkgever € 180.000 en bij de andere € 20.000 dan zal bij de eerste werkgever de heffing toch van toepassing zijn.

Aanvankelijk meende de Staatssecretaris dat de extra heffing niet tot veel ontwijkend gedrag zou leiden. Niettemin werd door middel van een derde nota van wijziging de wettekst aangepast en werd de mogelijkheid opgenomen om aanvullende regels op te stellen indien nodig. Het mag duidelijk zijn dat indien de praktijk toch het nodige ontwijkgedrag gaat vertonen de Staatssecretaris van de geboden mogelijkheid gebruik zal gaan maken om ontgaansmogelijkheden af te sluiten. Op dit moment zijn die aanvullende regels er echter nog niet.

De heffing is dus een werkgeverslast. Wie als werkgever een werknemer in dienst heeft met een salaris van € 250.000 betaalt in 2013 dus € 16.000 meer loonbelasting (16% van € 100.000). Om dit te vermijden zal een werkgever nog dit jaar actie moeten ondernemen. Het loon van 2012 is immers bepalend. De mogelijkheden om de heffing te ontlopen zijn echter beperkt.
Meest voor de hand liggende maatregel is natuurlijk het verlagen van het loon. Deze optie zal vooral toepasbaar zijn voor een directeur grootaandeelhouder in dienst bij zijn eigen vennootschap. In de praktijk zullen immers deze dga’s als werknemer graag bereid blijken een stapje terug te doen om hun werkgever financieel te helpen. Bij andere werknemers zal dit toch een stuk gevoeliger liggen.
Toch zal ook voor dga’s een loonsverlaging niet zomaar kunnen worden doorgevoerd. De belastingdienst zal hier zeker alert zijn. Er is immers altijd nog zoiets als de regeling van het fictief loon, het minimumsalaris voor een dga. Als een dga door loonsverlaging onder dit minimum zakt zal de belastingdienst dit waarschijnlijk willen corrigeren.

Een andere mogelijkheid kan worden gevonden in uitstel van bonussen. Veelal worden dergelijke extra beloningen aan het einde van het jaar uitgedeeld. Een bonus wordt meegeteld als loon en kan dus leiden tot de extra heffing als door de bonus het loon boven de € 150.000 uitkomt. In die gevallen is het dan misschien toch het overwegen waard om de bonus pas in 2013 toe te kennen en daarmee de bonus buiten het loon van 2012 te houden. Dit moet dan wel goed worden uitgevoerd. Een bonus kan fiscaal namelijk toch tot het loon van 2012 worden gerekend als deze al in 2012 rentedragend, vorderbaar en/of inbaar is geworden. Ook zal moeten worden gekeken naar de arbeidsovereenkomst. Als daarin is opgenomen dat de werknemer aan het einde van het jaar al recht heeft op zijn bonus dan zal verschuiven geen optie zijn.

Tot slot is er nog de optie van het betalen van een eigen bijdrage voor de auto van de zaak. De bijtelling voor de auto behoort tot het loon en telt dus mee bij de loontoets voor de extra heffing. Voor werknemers die door de bijtelling boven de grens van € 150.000 uitkomen, zou het kunnen helpen om alsnog een eigen bijdrage te betalen voor de auto van de zaak. De bijtelling wordt immers verminderd met deze bijdrage en dus kan zo het loon worden verlaagd.

De extra heffing van 16% is iets voor werkgevers om goed over na te denken. Wat kan er gedaan worden om de heffing te ontlopen? Daarbij moet altijd worden bedacht dat de Staatssecretaris de mogelijkheid van extra regeltjes heeft opgehouden. Aangezien die extra regels er nu nog niet zijn, kan er ook geen rekening mee gehouden worden. Het is dan ook raadzaam om goed over de mogelijkheden na te denken en deze waar mogelijk te benutten. Overleg wel goed met uw adviseur over de eventueel te ondernemen stappen. 

                                                             Alex van den Kerkhoff
                                                             deWaardKramer belastingadviseurs
                                                             a.vandenkerkhoff@dewaardkramer.nl

Volg @deWaardKramer nu ook op Twitter.

Bij de samenstelling van de berichtgeving is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd, maar deWaardKramer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.

Cliënt Online
Twitter