deWaardKramer

Rechtstreeks naar inhoud gaan

De aangifte inkomstenbelasting 2010

De jaarlijks terugkerende puzzel moet weer opgelost.

Het blijft voor velen elk jaar weer een heel gedoe: het invullen van de aangifte inkomstenbelasting. Sommigen verliezen al de moed als ze er maar aan denken: het verzamelen van de benodigde gegevens, het geworstel om alle cijfertjes op de juiste plek in het aangifteprogramma te verwerken, het zoeken naar de broodnodige aftrekposten. Anderen kijken er juist naar uit en maken er een sport van om de aangifte voor zichzelf zo fiscaal vriendelijk mogelijk in te vullen. Wat het voor beide categorieën niet gemakkelijk maakt is het feit dat elk jaar de regels weer in meer of mindere mate wijzigen. Daarom hier een kort overzicht met een aantal interessante veranderingen voor de aangifte inkomstenbelasting 2010.

De eerste verandering is eigenlijk een voortzetting van een verandering die in 2009 werd ingevoerd en geldt alleen voor ondernemers. Vanwege de economische crisis werd in 2009 de regeling van de willekeurige afschrijving verruimd. In plaats van alleen de startende ondernemers mochten in 2009 alle ondernemers de in dat jaar gedane investeringen versneld afschrijven. Van een in 2009 aangeschaft bedrijfsmiddel mocht maximaal 50% van de aanschaf- of voortbrengingskosten worden afgeschreven. Het restant mocht in de jaren daarna willekeurig worden afgeschreven. Zo kon een bedrijfsmiddel effectief in twee jaren worden afgeschreven, namelijk 50% in 2009 en 50% in 2010.

Hoewel aangekondigd als tijdelijke maatregel, is eind 2009 besloten deze verruiming door te zetten en het bovenstaande geldt dus ook voor investeringen gedaan in 2010. Voorwaarde is wel dat het bedrijfsmiddel vóór 1 januari 2013 daadwerkelijk in gebruik is genomen. Een accountantsverklaring of een aanmelding van de investering zijn niet vereist om van de regeling gebruik te kunnen maken.

De belangrijkste uitgezonderde bedrijfsmiddelen zijn grond-, weg- en waterbouwkundige werken, dieren, immateriële activa (zoals software) en personenauto’s. Zeer zuinige personenauto’s kunnen echter weer wel willekeurig worden afgeschreven. Bij het opstellen van de fiscale cijfers 2010 is het dus van belang om nog eens de investeringen langs te lopen en te bekijken of versnelde afschrijving mogelijk zinvol is

Verder geldt in 2010 voor ondernemers een hogere mkb-winstvrijstelling, namelijk 12 procent in plaats van 10,5. Bovendien is voor het kunnen toepassen van de vrijstelling niet meer vereist dat de ondernemer voldoet aan het urencriterium van 1.225 uur per jaar. Dit betekent dat ook de zogenaamde deeltijdondernemer in aanmerking komt voor de vrijstelling. Iets om op te letten bij de aangifte dus. Wel blijft de mkb-winstvrijstelling ook van toepassing op verliezen. Effectief betekent dit dat in een verliessituatie 12 procent van het verlies niet aftrekbaar is.

Dan is in 2010 het maximale investeringsbedrag voor de investeringsaftrek verhoogd. De aftrek geldt nu voor investeringen tot maximaal € 300.000. Het maximale aftrekpercentage is eveneens verhoogd en bedraagt nu 28 procent. Voor investeringen tussen € 54.000 en € 100.000 geldt een maximale aftrek van € 15.120. Nieuw is bovendien dat ook voor elektrische personenauto’s investeringsaftrek geclaimd kan worden.   

Naast de veranderingen voor ondernemers zijn er ook veranderingen doorgevoerd die alle belastingplichtigen aangaan. Een aantal daarvan zien op de eigen woning. Zo is er een wijziging doorgevoerd in de berekening van het huurwaardeforfait. De datum van in- of uitschrijving in de gemeentelijke basisadministratie is vanaf 2010 bepalend voor de berekening van het huurwaardeforfait. Tot 2010 kon door de belastingplichtige zelf een verhuisdatum worden aangegeven, die in voorkomende gevallen kon afwijken van de basisadministratie. Wie in 2010 is verhuisd zal dus aandacht moeten schenken aan de datum waarop het nieuwe adres als zodanig is opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie.

Verder is het percentage verlaagd van de belaste huurinkomsten bij tijdelijke verhuur. Dit was 75 procent, maar is vanaf 2010 nog maar 70 procent. Wel geldt dat het huurwaardeforfait voor het gehele jaar in aanmerking genomen dient te worden.

Veel besproken is de regeling voor de oude eigen woning die te koop staat, maar bij gebrek aan kopers tijdelijk wordt verhuurd. Tot 2010 gold nog dat voor een te koop staande woning de eigen woningregeling gehandhaafd bleef gedurende twee jaar na vertrek uit de woning, mits de woning leeg stond. Verhuur van de woning leidde tot het einde van de eigen woningregeling en dus tot het einde van de hypotheekrenteaftrek. Gelet op de huidige huizenmarkt werd vorig jaar een tijdelijke aanpassing van de regeling geïntroduceerd. Een te koop staande woning mag nu tijdelijk worden verhuurd, waarbij aan het einde van de verhuurperiode de eigen woningregeling weer in werking treedt. Dit laatste geldt tot maximaal twee jaar na het kalenderjaar waarin de woning is verlaten. Voorwaarde is wel dat de woning in 2008, 2009 of 2010 het hoofdverblijf was, de woning te koop staat en vanaf de verhuizing in principe leeg staat.

De aangepaste regeling geldt tot 31 december 2012. Daarna geldt weer de oude regeling en is tijdelijke verhuur dus niet meer zonder fiscale gevolgen mogelijk.

Vanaf 2010 is bovendien de rente aftrekbaar die betaald wordt op een lening afgesloten om financieringslasten te betalen. Denk daarbij aan notariskosten, afsluitprovisie en taxatiekosten. Wie hiervoor in het verleden een lening afsloot kon deze rente niet aftrekken. Ook voor deze oude situaties geldt overigens vanaf 2010 dat aftrek wel degelijk mogelijk is.

Dan nog een aanpassing in box 3. Belastingschulden komen niet in mindering op het vermogen bij de bepaling van het inkomen uit sparen en beleggen. Vanaf 2010 is een uitzondering gemaakt voor schulden ter zake van de erfbelasting. Wie op 31 december 2010 nog een openstaande schuld voor die belasting had, mag deze wel in mindering brengen op zijn of haar vermogen.

Tot slot nog een wijziging ten aanzien van de waardering van woningen in box 3. Sinds de invoering van de wet Inkomstenbelasting 2001 was de waardering van dergelijke woningen voer voor discussie. Uitgangspunt voor de wet was de waarde in het economisch verkeer, maar met name ten aanzien van verhuurde woningen kan natuurlijk flink over die waarde gediscussieerd worden. Om aan al die discussie een einde te maken is vanaf 2010 de WOZ-waarde bepalend voor panden in box 3. Wel heeft de wetgever een tabel opgesteld aan de hand waarvan voor verhuurde panden de WOZ-waarde kan worden aangepast. Deze zogenaamde leegwaarderatio is gekoppeld aan de jaarlijkse huuropbrengst uitgedrukt als percentage van de WOZ-waarde. Bedraagt de jaarlijkse huur bijvoorbeeld 3 procent van de WOZ-waarde dan mag als waardering van de woning 75% van de WOZ-waarde worden aangehouden.

Al met al zal een ieder die zijn aangifte in de komende periode gaat invullen tot de conclusie komen dat er toch wel weer de nodige zaken veranderd zijn. Soms in het voordeel, maar ongetwijfeld ook ten nadele van de belastingplichtige. Het is zaak u goed in te lezen voordat u aan de aangifte begint. Een goede voorbereiding is het halve werk en voorkomt een hoop gepuzzel bij het invullen van de aangifte. En uiteraard zal een adviseur graag bereid zijn u bij voorkomende vragen te helpen.

                                                             Alex van den Kerkhoff
                                                             deWaardKramer belastingadviseurs
                                                             a.vandenkerkhoff@dewaardkramer.nl 

Bij de samenstelling van de berichtgeving is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd, maar deWaardKramer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan

Cliënt Online
Twitter