deWaardKramer

Rechtstreeks naar inhoud gaan

Extra eigen bijdrage leaseauto niet volledig aftrekbaar

Zoals u (wellicht) weet, mag een werknemer de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak verminderen met een eventuele eigen bijdrage die aan de werkgever wordt betaald voor het privégebruik van de auto. In de praktijk kan dit moeilijkheden opleveren bij een zogenoemde bovennormbijdrage. Dit is de bijdrage die de werknemer betaalt om in een duurdere auto te rijden, dan de auto waar die werknemer op basis van zijn/haar functie recht op heeft. 

Er heeft enige tijd onduidelijkheid bestaan over de vraag of de bovennormbijdrage al dan niet volledig met de bijtelling  privé gebruik verrekend kan worden. In de praktijk blijken werknemers dit wel veelvuldig te doen op basis van het argument dat de extra eigen bijdrage volledig is toe te rekenen aan het privé gebruik. Hiertoe komen werknemers en werkgevers vaak expliciet overeen dat de extra bijdrage privé-gebruik betreft of in leasereglementen wordt vastgelegd dat een eventuele bovennormbijdrage aangemerkt wordt als privégebruik. De fiscus leek zich hieraan te conformeren. In een recent door de Hoge Raad gewezen arrest (HR 13-8-2010, nr. 08/02970) is aan deze praktijk echter een definitief einde gekomen.

Het gaat in de betreffende zaak om een werknemer die tegen de pensioengerechtigde leeftijd aan zit. Hij moet nog maar een paar jaar en wil bij zijn pensionering zijn auto van de zaak in privé overnemen. Hij heeft op grond van zijn functie recht om een bepaalde klasse auto uit te zoeken, maar zou na zijn pensioen graag in een luxere auto rondrijden. Hij overlegt dit met zijn baas en deze geeft hem toestemming om de auto van zijn dromen uit te zoeken. Uiteraard brengt zijn baas hem de meerkosten in rekening door middel van een hogere eigen bijdrage. In de leaseregeling van de werkgever staat op dat moment nog niet dat een bovennormbijdrage standaard aangemerkt wordt als privébijdrage. Maar de werkgever bevestigt een en ander keurig op papier. Uit deze brief, en uit latere correspondentie met de fiscus, blijkt duidelijk dat de bovennormbijdrage te maken heeft met de privéwens van de werknemer om na zijn pensioen in een mooiere auto rond te rijden. Bij zijn belastingaangifte trekt de werknemer de hele bovennormbijdrage van zijn bijtelling af, iets wat in de praktijk dus wel vaker wordt gedaan. De inspecteur gaat hier echter niet mee akkoord. Een rechtszaak volgt.

Hof Den Bosch oordeelde dat de bovennormbijdrage moet worden gesplitst naar het gebruik voor privé- en zakelijke doeleinden en dat alleen het deel van de bovennormbijdrage dat betrekking heeft op het privégebruik in mindering kan worden gebracht op de bijtelling. Dit oordeel heeft als gevolg dat de werknemer slechts een deel van de bovennormbijdrage af kan trekken. Dit mag hij voor het deel dat betrekking heeft op privé-kilometers. Dus stel dat zijn totale aantal jaarlijkse kilometers 50.000 bedraagt, waarvan 12.000 privé, dan is maximaal 12.000/50.000 deel van de bovennormbijdrage aftrekbaar.

De werknemer kon zich niet vinden in dit oordeel en tekende cassatie aan bij de Hoge Raad. Dat mocht helaas niet baten, want de Hoge Raad heeft het oordeel van Hof Den Bosch onlangs bevestigd. De Hoge Raad heeft er nu dus definitief voor gezorgd dat de bovennormbijdrage slechts in de verhouding privé kilometers/zakelijke kilometers kan worden verrekend met de bijteling.

                                                             Martine Konings
                                                             deWaardKramer belastingadviseurs
                                                             m.konings@dewaardkramer.nl

Bij de samenstelling van de berichtgeving is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd, maar deWaardKramer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan