deWaardKramer

Rechtstreeks naar inhoud gaan

De fiscale beloning voor meewerken.

 

In menig huwelijk waar de man of de vrouw als ondernemer actief is, wordt door de partner meegewerkt in de onderneming. Vaak niet in de hoedanigheid van volwaardige, zakelijke partner, maar gewoon door hand- en spandiensten te verrichten waar nodig. Meestal gebeurt dit zonder dat daar een echte beloning voor de partner tegenover staat. Om dit meewerken toch in ieder geval fiscaal te belonen bestaat er al sinds lange tijd een speciale aftrekpost voor de ondernemer: de meewerkaftrek. Mits de partner maar voldoende uren in de onderneming maakt, kan de ondernemer een bepaald percentage van zijn winst als aftrekpost opvoeren. Juist nu de belastingdienst recent heeft aangekondigd zich in deze moeilijke economische tijden soepel te zullen opstellen als het gaat om het urencriterium kan het voor ondernemers geen kwaad om niet alleen zijn eigen uren, maar ook die van zijn of haar partner eens goed in kaart te brengen. Het kan zomaar een aftrek opleveren. 

Kleine moeite, groot plezier, want de meewerkaftrek is een uitermate eenvoudige en overzichtelijke regeling. Eén van de weinige op fiscaal gebied zou je bijna zeggen. Niet voor niets werd een plan om de regeling te schrappen in het recente verleden door de Tweede Kamer verworpen. Men vond de regeling dusdanig eenvoudig, zonder noemenswaardige administratieve lasten, dat deze het waard was om behouden te blijven. Ook al omdat fiscale alternatieven ontbraken.  

De voorwaarden zijn dan ook duidelijk: zo moet om te beginnen de ondernemer zelf voldoen aan het urencriterium en moet er sprake zijn van een partner die meewerkt in de onderneming zonder daar daadwerkelijk een  beloning voor te krijgen. Met partner wordt overigens de fiscale partner bedoeld, dus niet alleen gehuwden maar ook samenwoners kunnen van de regeling gebruik maken.

Het enige waar nog wel wat administratie in gaat zitten voor de ondernemer is de ureneis. De hoogte van de meewerkaftrek wordt namelijk bepaald door het aantal uren dat de partner meewerkt. Er geldt daarbij een minimum van 525 uur. Wordt er aan dit minimum voldaan, dan geldt een aftrek van 1,25% van de winst. Naarmate het aantal uren oploopt, stijgt ook het percentage van de aftrek. Vanaf 875 uur geldt bijvoorbeeld een aftrek van 2%, terwijl vanaf 1225 uur de aftrek 3% is. Uiteindelijk wordt vanaf 1750 uur een maximale aftrek van 4% verleend. 

Ten aanzien van die uren geldt min of meer hetzelfde als wat er ook geldt voor de ondernemer zelf ten aanzien van het urencriterium. De uren moeten van betekenis zijn voor de onderneming. Voor de meewerkende partner geldt dat er sprake moet zijn van meer dan de gebruikelijke wederzijdse hulp die partners aan elkaar verschuldigd zijn. Die gebruikelijke wederzijdse hulp is afgeleid uit de bepalingen over het huwelijk in het Burgerlijk Wetboek, op grond waarvan echtgenoten “elkander getrouwheid, hulp en bijstand” verschuldigd zijn. Uit de literatuur en jurisprudentie valt op te maken dat activiteiten als het (incidenteel) aannemen van de telefoon thuis, het schoonhouden van de werkruimte of het vergezellen van de ondernemer naar een (netwerk)borrel worden beschouwd als “gebruikelijke hulp”. Deze activiteiten tellen dus niet mee voor de meewerkaftrek. Het voeren van de administratie, het daadwerkelijk assisteren bij werkzaamheden of het benaderen van potentiële cliënten zijn echter wel activiteiten die buiten de “gebruikelijke hulp” vallen. 

Wat wordt beschouwd als meer dan gebruikelijke hulp wordt ook mooi geïllustreerd in de volgende casus.

Nog niet zo lang geleden sprak het Hof Arnhem zich uit over een geval waarbij de vrouw van een dierenarts meewerkt in de praktijk van haar echtgenoot. Deze praktijk (waarin nog een aantal andere dierenartsen werkzaam zijn) is gedurende het gehele jaar 24 uur per dag telefonisch bereikbaar. Tijdens kantooruren wordt de telefoon bemand door personeel, maar buiten deze uren wordt een systeem van telefonische beschikbaarheidsdiensten gehanteerd. De artsen zijn dan bij toerbeurt thuis bereikbaar. Als de arts in kwestie wordt weggeroepen tijdens deze uren neemt zijn vrouw de telefoonwacht over. De dierenarts in kwestie schat zelf in dat zijn vrouw hierdoor op jaarbasis meer dan 1750 uur actief is in de onderneming. Hij claimt daarom de meewerkaftrek en wel tot het maximum van 4%.

Het Hof is het helemaal met de man eens dat het verplicht aanwezig zijn voor de telefoondienst kan worden beschouwd als meer dan de gebruikelijke hulp die zijn echtgenote hem door hun huwelijk verschuldigd is.

De telefoondienst dwingt haar immers thuis te blijven en beperkt haar in haar bezigheden. In principe zouden deze uren dus wel kunnen meetellen voor de meewerkaftrek.

Helaas voor de dierenarts heeft het Hof wel moeite met de hoeveelheid uren die de man opvoert. Het Hof vindt namelijk dat, hoewel zijn vrouw thuis moet blijven voor de telefoondienst, dit niet betekent dat alle thuis doorgebrachte uren specifiek verricht zijn voor de praktijk. Er moet ook gekeken worden naar de werkelijke activiteiten in die uren. Mevrouw is “gewoon” thuis en kan dus in huis de dingen doen die zij normaliter ook doet als zij niet verplicht thuis is. Activiteiten die behoren tot de persoonlijke levenssfeer als voor de kinderen zorgen of huishoudelijke taken.

Alleen als de echtgenote daadwerkelijk aan de telefoon is en een boodschap aanneemt (aangevuld met eventuele follow-up zoals het inschakelen van een andere dierenarts), is dit in de visie van het Hof tijd die specifiek verricht is voor de onderneming. Het Hof acht op basis van de feiten in deze zaak echter niet aannemelijk dat de vrouw daarmee op jaarbasis meer dan 1750 uur bezig is. Sterker nog, het Hof denkt zelfs dat de vrouw met haar werkzaamheden niet eens aan het vereiste minimum aantal uren van 525 voldoet. De meewerkaftrek komt geheel te vervallen. 

Tot slot nog even de voorwaarde dat er om de meewerkaftrek te kunnen toepassen dus feitelijk geen beloning aan de partner mag worden betaald. In een goedkeuring van de Minister is vastgelegd dat de meewerkaftrek ook kan worden toegepast als er wel een beloning is uitbetaald, mits deze beloning minder dan € 5.000 bedraagt. De beloning als zodanig is dan niet aftrekbaar voor de ondernemer en bij de partner niet belast. 

Voor de ondernemer waarvan de partner een steentje bijdraagt in de onderneming kan dus gebruik worden gemaakt van de meewerkaftrek. Een eenvoudige regeling met een duidelijk fiscaal voordeel. Makkelijk verdiend dus. Wel is van belang dat u voor de aftrek niet alleen uw eigen uren, maar ook die van uw partner goed documenteert, zodat een onderbouwing van de aftrek bij eventuele vragen van de fiscus beschikbaar is. 

                                                             Alex van den Kerkhoff
                                                             deWaardKramer belastingadviseurs
                                                             a.vandenkerkhoff@dewaardkramer.nl 

Bij de samenstelling van de berichtgeving is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd, maar deWaardKramer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan