Een beslissing afdwingen bij de fiscus en geld toe krijgen.
Het is een klacht die je in de praktijk veel hoort: wie als belastingplichtige een termijn overschrijdt loopt al snel tegen sancties (lees: boetes) op, maar de fiscus kan termijnen ongestraft laten lopen. Zo ongenuanceerd ligt het natuurlijk in werkelijkheid niet, maar het is begrijpelijk dat het zo wel wordt gevoeld. Het komt inderdaad wel eens voor dat de belastingdienst meer dan uitgebreid de tijd neemt om bijvoorbeeld op een bezwaarschrift te beslissen. En zeker als je als belastingplichtige via dat bezwaar geld terug verwacht, duurt het wachten lang. Middelen om de beslissing te bespoedigen of zelfs af te dwingen heb je als belastingplichtige niet of het moet een langdurige en kostbare gerechtelijke procedure zijn. Dit was althans zo tot oktober vorig jaar. Vanaf 1 oktober 2009 kent de Algemene wet bestuursrecht namelijk een maatregel tegen treuzelende bestuursorganen: de dwangsom.
In de Algemene wet bestuursrecht zijn de spelregels vastgelegd voor het “verkeer tussen burgers en bestuursorganen”. Zo worden regels gesteld voor procedures, zoals het verloop van een bezwaarprocedure. Onderdeel van die regels vormen de beslistermijnen. In de wet is exact vastgelegd hoe lang een bestuursorgaan de tijd mag nemen om tot een beslissing te komen. Deze termijnen gelden voor alle bestuursorganen en dus ook voor de belastingdienst. Zo is bepaald dat de belastingdienst in principe binnen zes weken op een ingediend bezwaarschrift moet beslissen. Dient een belastingplichtige bijvoorbeeld een bezwaarschrift in tegen een aan hem opgelegde aanslag inkomstenbelasting, dan mag de belastingplichtige er van uit gaan dat binnen zes weken duidelijk is of zijn bezwaar wordt ingewilligd of niet. Overigens kan, onder voorwaarden, deze termijn van zes weken (beperkt) worden opgerekt. Het uitgangspunt is niettemin: een beslissing binnen zes weken.
Maar met het stellen van een termijn alleen ben je er natuurlijk niet. Er moet ook een stok achter de deur zijn, een reden voor de belastingdienst om zich ook daadwerkelijk aan die termijn te houden. De nieuw ingevoerde dwangsom is zo’n stok achter de deur, want treuzelen kost de belastingdienst nu geld. Een belastingplichtige kan, als de belastingdienst er te lang over doet om een uitspraak te doen, de belastingdienst in gebreke stellen. Voor elke dag dat de belastingdienst na ingebrekestelling nog steeds niet heeft beslist is zij een dwangsom verschuldigd aan de belastingplichtige. De dwangsom begint met € 20 per dag voor de eerste veertien dagen overschrijding na de in gebreke stelling. De volgende veertien dagen leveren een dwangsom van € 30 per dag op en alle dagen daarna € 40 per dag. Overigens geldt wel een maximum voor het in aanmerking te nemen aantal dagen. De dwangsom wordt maximaal over 42 dagen berekend, wat inhoudt dat de maximale dwangsom € 1.260 bedraagt. Dat een dwangsom snel kan oplopen wordt op de website van de belastingdienst met een rekenvoorbeeld geïllustreerd. Het voorbeeld hieronder is daaraan ontleend.
Een belastingplichtige ontvangt een aanslag met dagtekening 14 maart, maar is het met deze aanslag niet eens. Hij tekent bezwaar aan, keurig binnen de daarvoor gestelde termijn van zes weken, en wel op 22 april. Formeel dient de belastingdienst binnen zes weken op dit bezwaar te beslissen. De belastingplichtige verwacht in dit geval vóór 8 juni iets van de belastingdienst te hebben gehoord. De beslissing laat echter op zich wachten. Vóór de invoering van de dwangsom kon je als belastingplichtige dan proberen te bellen, te faxen of op een andere manier aandringen op een besluit. Helaas bleek in de praktijk maar al te vaak dat het antwoord dan “het is in behandeling” luidde, waarna weer een periode van wachten aanbrak. Nu kun je als belastingplichtige een dwangmiddel inzetten. Als de belastingplichtige in ons voorbeeld op 8 juni namelijk nog steeds niets heeft gehoord van de fiscus, plukt hij het daarvoor bestemde formulier dwangsom van het internet en stuurt dit naar de belastingdienst. Hij stelt de belastingdienst daarmee in gebreke. De belastingdienst ontvangt dit formulier op 13 juni. Binnen twee weken dient de belastingdienst te beslissen of deze ingebrekestelling juist is. Als de conclusie is dat de ingebrekestelling inderdaad juist is, gaat vanaf 28 juni (twee weken na 13 juni) de dwangsom lopen. Als dan uiteindelijk de beslissing op het bezwaarschrift op 30 juli wordt genomen, kan de belastingplichtige een vergoeding van € 900 tegemoet zien. Van 28 juni tot en met 30 juli is immers een periode van 33 dagen, waarvan 14 dagen tegen € 20, 14 dagen tegen € 30 en 5 dagen tegen € 40 worden vergoed.
Dat geld heb je als belastingplichtige dan nog niet binnen, want de belastingdienst krijgt nog een termijn van twee weken na de dagtekening van de beslissing om een beschikking af te geven waarin het bedrag van de dwangsom wordt vastgelegd. Dan heeft zij vervolgens nog zes weken de tijd om de vergoeding uit te betalen. Kortom, je moet er wel wat papierwerk en geduld voor over hebben, maar uiteindelijk levert het dus wel geld op. Tegen de afgegeven beschikkingen over de dwangsom is overigens ook gewoon bezwaar (en eventueel) beroep mogelijk. Stel dus dat de belastingdienst de hoogte van de dwangsom verkeerd berekend, kun je daar bezwaar tegen maken. Misschien neemt de belastingdienst voor de behandeling dan ook weer teveel tijd, zodat er weer een dwangsom in beeld komt enz., enz...
Hoewel de dwangsom nog maar pas bestaat, is er al in december 2009 een gerechtelijke uitspraak over dit onderwerp gedaan. In dat specifieke geval werd inderdaad aan het bestuursorgaan (een gemeente) een dwangsom opgelegd. De regeling lijkt dus te werken, maar het zal in de praktijk natuurlijk geen dagelijkse kost worden. In veel gevallen levert de belastingdienst immers wel tijdig een beslissing af. Vanaf nu misschien wel juist omdat anders die dwangsom aan de orde komt. Voor de belastingplichtigen dus in ieder geval een betere situatie. Duidelijk is in ieder geval dat wie in een bezwaarprocedure komt met de belastingdienst er altijd goed aan doet om de termijnen te blijven volgen. Het zijn weliswaar formaliteiten, maar die kunnen dus soms geld opleveren.
Alex van den Kerkhoff
deWaardKramer belastingadviseurs
a.vandenkerkhoff@dewaardkramer.nl
Bij de samenstelling van de berichtgeving is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd, maar deWaardKramer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan
