Voorkom verliesverdamping, maak winst!
Het jaar 2007 is al weer voor de helft voorbij. De belangstelling voor de veranderingen in de fiscale wetgeving die per 1 januari zijn ingevoerd is inmiddels al weer weggeëbd. Dat is immers oud nieuws. Het leven gaat door en we richten onze blik nu op 2008, want uiteraard gaat er ook dan weer het nodige veranderen. Toch kan het geen kwaad om nog even stil te staan bij de veranderingen die dit jaar zijn doorgevoerd. Want er zijn veranderingen bij die best een grote impact in de nabije toekomst kunnen gaan hebben op de fiscale positie van uw bedrijf. Het is verstandig om daar nu vast over na te denken.
De beperking van de verliesverrekening is zo'n verandering.
De invoering van het wetsvoorstel Werken aan Winst per 1 januari 2007 betekende het einde van de onbeperkte voorwaartse verrekening van ondernemingsverliezen. Een geleden verlies is dus niet meer onbeperkt te verrekenen met toekomstige winsten, maar heeft een houdbaarheidsdatum gekregen.
Eigenlijk is dit een terugkeer naar het verleden, want die beperkte verliesverrekening kennen we nog van vroeger. Tot en met 1994 was het al zo dat ondernemingsverliezen maar acht jaar vooruit verrekenbaar waren. Met ingang van 1995 werd die termijn geschrapt en werden verliezen onbeperkt verrekenbaar. De bedoeling van de wetgever was destijds om Nederland aantrekkelijk te maken voor buitenlandse ondernemingen. De onbeperkte verrekening van verliezen maakte dat Nederland ten opzichte van andere Europese landen ruimere verrekeningsmogelijkheden had en dus een fiscale voorsprong op haar "concurrenten".
Inmiddels is die koers dus weer losgelaten. De aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsland moet nu blijken uit lagere tarieven en rente- en octrooiboxen. Om die aantrekkelijkheid te kunnen betalen is de verliesverrekening dus (weer) beperkt.
Alle ondernemingsverliezen (of je ze nu lijdt als ondernemer in de inkomstenbelasting of als rechtspersoon in de vennootschapsbelasting) zijn maximaal negen jaar in de toekomst verrekenbaar. Een verlies van 2007 kan dus maximaal nog tot en met 2016 verrekend worden. Is het verlies dan nog niet gebruikt, dan vervalt het of zoals dat in vaktaal heet: het verdampt.
In principe geldt de beperking ook voor alle "oude" verliezen die per 31 december 2006 nog niet verrekend waren. Voor verliezen van 2002 of ouder is een extra overgangsmaatregel genomen. Voor deze verliezen geldt dat ze nog verrekenbaar zijn tot en met het jaar 2011.
Nu lijkt negen jaar best lang. Tijdens de parlementaire behandeling gaf de wetgever aan dat als een bedrijf er binnen die termijn niet in slaagde om voldoende zwarte cijfers te laten zien, er serieuze vragen gesteld konden worden over de levensvatbaarheid van zo'n bedrijf.
Toch kan het best voorkomen dat een bedrijf langer dan negen jaar nodig heeft om een geleden verlies goed te maken. Veel startende ondernemers hebben bijvoorbeeld een lange aanloop nodig om goede winsten te maken. Het kan best zo zijn dat zij aanvankelijk zodanig veel verlies maken dat ze na negen nog altijd per saldo meer verlies dan winst hebben gemaakt. En dit kunnen dan best levensvatbare bedrijven zijn. Toch lopen deze bedrijven na negen jaar tegen een fiscale zeperd op doordat ze dus een stukje (of misschien zelfs een heel groot stuk) verliescompensatie kwijtraken.
Gelukkig voor deze bedrijven zijn er altijd wel manieren om "kunstmatig" winst te maken en zo die verliesverdamping te voorkomen. Sterker nog, de aanwezigheid van die mogelijkheden werd door de wetgever in 1994 nog aangehaald als extra reden om de onbeperkte verliescompensatie door te voeren. Men wilde af van het gekunstelde winst maken zo viel toen in de Tweede Kamer te beluisteren. Anno 2007 denkt de overheid plotseling geld te kunnen verdienen op de beperking van de verliesverrekening om de tariefsverlaging te bekostigen. De terugkeer van het gekunstelde winst maken neemt zij daarbij kennelijk op de koop toe.
De eenvoudigste manier om een winst te maken is het doorvoeren van een stelselwijziging. Een stelselwijziging houdt in een wijziging van de waarderingsgrondslagen van de activa en passiva van een onderneming. Voor het waarderen van activa en passiva zijn er immers verschillende mogelijkheden en overstappen van de ene naar de andere leidt vaak tot (boekhoudkundige) winst. Het lijkt zo simpel. Dreigt er verlies te verdampen, wijzig dan een waarderingsgrondslag en hopla, er is winst gemaakt en dus kan er alsnog verliesverrekening plaats vinden.
Allerlei activa en passiva komen voor zo'n stelselwijziging in aanmerking, maar voorraden zijn een mooi voorbeeld. Die kun je waarderen op kostprijs, volgens het lifo-, fifo- of ijzeren voorraadstelsel en elk stelsel levert z'n eigen waardering op. Laat uw accountant te zijner tijd maar wat rekenen en er komt vast wel een winstje te voorschijn.
Toch moet u er ook weer niet te gemakkelijk over denken. Voor waarderingsstelsel geldt: als je er eenmaal eentje gekozen hebt, kun je niet zomaar overstappen. U moet bij het waarderen van de activa en passiva wel een "bestendige gedragslijn" volgen. Elk jaar een andere waardering zal niet acceptabel zijn. Desondanks kan een incidentele stelselwijziging in veel gevallen toch toegestaan zijn. Voorwaarde is dat de nieuwe waarderingsmethode past binnen het "goedkoopmansgebruik", met andere woorden: als het maar een fiscaal goedgekeurde waarderingsmethodiek is.
De beperking van de verliesverrekening zal in de nabije toekomst ongetwijfeld leiden tot de nodige stelselwijzigingen. Het verleden heeft immers al laten zien dat ondernemers altijd naar manieren zullen zoeken om verliesverdamping te voorkomen.
De fiscus heeft daarom al aangekondigd alert te zijn op stelselwijzigingen ter voorkoming van verliesverdamping. Er is namelijk in de rechtspraak één belangrijke beperking geformuleerd voor het doorvoeren van een stelselwijziging. Als een stelselwijziging uitsluitend is bedoeld om een incidenteel fiscaal voordeel mee te behalen, is dat niet in overeenstemming met het al genoemde goedkoopmansgebruik en daarmee dus fiscaal niet toegestaan. Niettemin zal het de fiscus vaak niet meevallen om dit aan te tonen. Het zal de meeste ondernemers immers niet moeilijk vallen om een toegepaste wijziging met enige zakelijke argumenten te omkleden.
Juist daarom kan het belangrijk zijn om nu vast de waardering van uw bedrijfsvermogen eens nader te bekijken. Misschien kunt u daar de nodige aanknopingspunten vinden, mocht het in de toekomst nodig zijn om winst te maken.
Alex van den Kerkhoff
deWaardKramer belastingadviseurs
a.vandenkerkhoff@dewaardkramer.nl
