Een gezonde geest in een gezond lichaam
(én ook nog fiscaal aantrekkelijk).
Nu de zomer nadert is dat voor veel mensen weer een moment om eens kritisch in de spiegel te kijken. De hamvraag is daarbij vaak: kan ik mij nog wel in zwembroek of bikini op het strand vertonen deze zomer? Voor velen is het antwoord op die vraag teleurstellend. In een poging om het tij nog te keren zoeken dan ook de nodige potentiële strandbezoekers hun heil in een sportschool of fitnessclub. Voor deze enthousiastelingen is het misschien leuk om te bedenken dat er zoiets bestaat als bedrijfsfitness. Fitness met een onbelaste vergoeding door de werkgever. Goed voor het lichaam en ook nog met fiscaal voordeel.
De mogelijkheid van een onbelaste vergoeding door werkgevers aan werknemers voor het beoefenen van fitness is al een aantal jaren opgenomen in de Wet op de Loonbelasting. Bij de invoering was de gedachte van de wetgever uiteraard dat regelmatig sporten zorgt voor gezonde werknemers. Gezonde werknemers worden niet snel ziek en dat scheelt weer in ziekteverzuim en bijbehorende ziektekosten. Het mes snijdt dus aan twee kanten. Toch werd de regeling tot voor kort nog onvoldoende benut en dat had vooral te maken met de nogal strenge voorwaarden waaraan het zogenaamde bedrijfsfitness diende te voldoen.
Zo mocht een werknemer alleen onder werktijd fiscaal vriendelijk fitnessen. U begrijpt dat dit voor veel werkgevers een hoge drempel was. Gezonde werknemers is leuk, maar ze moeten wel aan het werk zijn. Als ze onder werktijd aan het fitnessen slaan, heeft de werkgever er nog weinig voordeel van.
Verder moest het bedrijfsfitness plaats vinden op de werkplek en dat was natuurlijk voor veel bedrijven heel moeilijk te realiseren. Voor grote bedrijven was het nog wel haalbaar om een speciale fitnessruimte in te richten, maar voor de gemiddelde werkgever in het Midden- en Kleinbedrijf was dat natuurlijk niet te betalen (of de werkgever moest toevallig net een sportschool of fitnesscentrum zijn). Daarbij kun je je natuurlijk ook afvragen of werknemers het wel zo'n aanlokkelijk idee vonden om op een voor hun collega's gemakkelijk te benaderen locatie aan het wegzweten van hun zwembandjes te werken. Dat is toch iets wat mensen vaak liever in de relatieve anonimiteit van een sportschool doen.
Kortom, de bedrijfsfitnessregeling werd onvoldoende benut en daar wilde de wetgever wat aan doen. Om de regeling van de bedrijfsfitness nieuw leven in te blazen zijn daarom per 1 januari jongstleden de voorwaarden waaraan bedrijfsfitness moet voldoen versoepeld.
Zo hoeft het fitnessen niet meer tijdens werktijd plaats te vinden, maar mag een werknemer gewoon 's avonds en/of in het weekend aan zijn gezondheid werken.
Ook hoeft het fitnessen niet meer op de werkplek plaats te vinden. Het mag dus gewoon in een echte sportschool gebeuren, zolang die maar door de werkgever is aangewezen. In zoverre bepaalt de werkgever dus nog wel de plaats van handeling. Het initiatief voor de bedrijfsfitness moet van de werkgever uitgaan. Kiest een werkgever een locatie dan geldt deze voor alle werknemers. Een werkgever met verschillende vestigingen mag wel voor iedere vestiging een andere fitnesslocatie uitzoeken, maar de uitgekozen locatie geldt dan voor alle werknemers van de betreffende vestiging.
Hierbij is het overigens wel opvallend dat in een recent besluit (van 19 februari 2007) de Staatssecretaris toch de mogelijkheid opent voor bedrijfsfitness op verschillende locaties. Volgens de Staatssecretaris is dit toegestaan als de werkgever een contract sluit met een fitnessbedrijf dat meerdere vestigingen heeft. Als een werknemer op basis van dat contract in elke willekeurige vestiging van het fitnessbedrijf terecht kan, is er volgens de Staatssecretaris toch sprake van bedrijfsfitness.
Er is maar één locatie uitgezonderd van de regeling en dat is fitness bij de werknemer thuis. Een hometrainer aanschaffen en vervolgens daarop elke dag in de slaapkamer kilometers maken, komt niet in aanmerking voor een belastingvrije vergoeding.
Ook heeft de wetgever nog een eis aan de soort lichamelijke oefening wat onder de regeling valt. Het mag uitsluitend gaan om fitness. De regeling spreekt van: conditie of krachttraining onder deskundig toezicht. Dat levert toch weer een kleine complicatie op als de sportschool of het fitnesscentrum ook is voorzien van een squash- of tennisbaan. De vergoeding kan alleen onbelast blijven als het abonnement van de werknemer recht geeft op fitnessbeoefening. Als in het abonnement ook de mogelijkheid is opgenomen om gebruik te maken van de squash- of tennisbaan, zal voor dit deel dus geen onbelaste vergoeding mogelijk zijn. Iets om op te letten dus.
De mogelijkheid om gebruik te maken van de bedrijfsfitnessregeling moet in principe openstaan voor tenminste 90% van de werknemers (voor zover zij dezelfde werkplek hebben).
Ook de directeur grootaandeelhouder kan gebruik maken van de regeling, maar dan moet de regeling dus ook openstaan voor de andere werknemers. Een vergoeding voor een regeling waar alleen de directeur gebruik van maakt is belast.
Als werkgever kunt u dus meehelpen aan het vakantieklaar maken van de lichamen van uw werknemers, maar ook dat van uzelf. Zoals al aangegeven snijdt het mes aan twee kanten: de werknemers zijn blij, want zij krijgen voor hun zweten nog een bijdrage van de baas en u krijgt gezonde werknemers en dat scheelt weer in het ziekteverzuim. En dat alles onbelast.
Alex van den Kerkhoff
deWaardKramer belastingadviseurs
a.vandenkerkhoff@dewaardkramer.nl
