Afspraak is niet altijd afspraak
De fiscale wetgeving blinkt vaak niet uit in eenvoud. Sommige regelgeving is dusdanig ingewikkeld dat zij voor meerdere uitleg vatbaar is. Dit leidt er weer toe dat de fiscale gevolgen van bepaalde activiteiten niet altijd vooraf duidelijk zijn. Waar een belastingplichtige en zijn adviseur vaak denken dat iets op grond van de regels onbelast is, kan de belastingdienst net zo makkelijk een andere mening hebben. Omdat de financiële belangen groot kunnen zijn, is het voor belastingplichtigen toch belangrijk om vooraf duidelijkheid te hebben. Niemand zit immers te wachten op een langdurige en kostbare discussie met de belastingdienst waarvan de uitkomst onzeker is. Vandaar dat vooroverleg met de belastingdienst in de praktijk een veel toegepaste methode is. Wie een akkoord over de fiscale behandeling van zijn activiteiten met de belastingdienst bereikt weet immers waar hij aan toe is. De inspecteur die zijn handtekening onder het akkoord zet, is namelijk gebonden aan de gemaakte afspraken. Afspraak is immers afspraak. Toch zijn er situaties waarin de gemaakte afspraken niet bindend zijn. Eén van die situaties deed zich voor in een recente zaak van het Hof Amsterdam.
In deze zaak ging het om een belastingplichtige die in 1990 naar Nederland was gekomen met in zijn bagage een behoorlijke schuld. Deze schuld was het gevolg van het feit dat de man zijn voormalige eigen woning in het buitenland met verlies had verkocht. Over de schuld was de man natuurlijk rente verschuldigd (een kleine € 39.000 op jaarbasis). De man wilde deze rente in zijn aangifte in aftrek brengen. Nu was dat in de tijd dat de man in Nederland aankwam niet echt een probleem. De toenmalige wetgeving bood de mogelijkheid tot aftrek van rente als persoonlijke verplichting. Eigenlijk had de man de wet aan zijn zijde, maar hij twijfelde toch en besloot vooraf met de inspecteur te overleggen. De inspecteur keek eens in de wet en kwam tot de conclusie dat de rente aftrekbaar was. Het was voor hem dus geen probleem zijn handtekening onder de afspraak te zetten. Met de gemaakte afspraak in de hand diende de man in de jaren tot en met 2000 zijn aangifte in met daarin de betaalde rente als aftrekpost. De aangifte werd ieder jaar probleemloos gevolgd. Slechts één keer werd de rente gecorrigeerd, maar de man beriep zich vervolgens op het vertrouwensbeginsel en de correctie werd geschrapt. Tot zover geen problemen.
Maar dan het jaar 2001. Het eerste jaar met een geheel vernieuwde inkomstenbelasting. Eén van die vernieuwingen betrof het beperken van de aftrek van rente van schulden. Alleen de rente betaald voor de eigen woning blijft ook in het nieuwe systeem aftrekbaar. Alle andere betaalde rente wordt niet meer als aftrekpost geaccepteerd. In plaats daarvan mag alleen nog het bedrag van de schuld worden meegenomen als negatief vermogensbestanddeel in box 3. Duidelijke zaak zou je zeggen: de rente die de man in kwestie betaalt is niet meer aftrekbaar. Voor het Hof ontkent de man ook niet dat dit zo is. Hij erkent ook dat de wetgever de wet mag wijzigen, maar hij verwijst naar de door hem gemaakte afspraak. Hij beroept zich op het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel onder het mom van "afspraak is afspraak". Daarom staat ook in zijn aangifte 2001 een aftrekpost van € 39.000 vermeld als betaalde rente. De inspecteur schrapt de aftrekpost en daarmee de gemaakte afspraak en verwijst eenvoudigweg naar de wet.
Helaas voor de man krijgt de inspecteur gelijk. De destijds gemaakte afspraak was niet meer dan een akkoord over de toepassing van de op dat moment geldende wetsbepalingen. Het Hof ziet geen reden om te veronderstellen dat de inspecteur de afspraak ook bij een verandering van die wetsbepalingen zou moeten honoreren. De inspecteur heeft immers met zijn goedkeuring niets meer toegestaan dan de mogelijkheden die de wet op dat moment bood. Nu de wet is veranderd heeft de inspecteur geen verplichting om de aftrek toch toe te laten. Dat zou immers in strijd zijn met de wet en dat is iets waar een inspecteur niet aan mag meewerken. Als de wetgever iets regelt heeft de inspecteur zich daar maar aan te houden. De gemaakte afspraak is dan ook niet meer van toepassing vanaf het jaar 2001.
Een wetswijziging kan dus een gemaakte afspraak teniet doen. Echt verrassend is deze uitspraak niet. In het verleden heeft de Hoge Raad al eens geoordeeld dat een afspraak tussen de belastingdienst en een belastingplichtige bindend is voor beide partijen, maar dat een belastingplichtige van de afspraak af kan als er een beleidsregel wordt ingevoerd die beter voor hem uitpakt dan de afspraak. De belastingdienst blijkt nu dus ook niet gebonden aan afspraken als de wettelijke regels veranderen.
De uitspraak van het Hof Amsterdam mag dan geen verrassing zijn, hij kan wel dienen als een goede aanleiding om uw eigen afspraken met de belastingdienst eens na te kijken. In de praktijk worden immers vooral door ondernemers en ondernemingen afspraken gemaakt met de belastingdienst over de fiscale gevolgen van hun activiteiten. Laat nu net op 1 januari van dit jaar een flink pakket aan wetswijzigingen voor die groep belastingplichtigen zijn ingevoerd in de vorm van de Wet Vpb 2007. Het kan geen kwaad om na te gaan of de gewijzigde regels ook gevolgen hebben voor uw afspraak met de fiscus. Denkt u bijvoorbeeld aan de nieuwe regels voor het afschrijven van bedrijfspanden. Misschien moet u wel even opnieuw met de inspecteur om de tafel.
Maakt u namelijk weer een nieuwe afspraak dan geldt weer gewoon:
afspraak is afspraak.
Alex van den Kerkhoff
deWaardKramer belastingadviseurs
a.vandenkerkhoff@dewaardkramer.nl
