Fiscale rechtspraak: een duidelijke zaak?
Voor de belastingadviseur is het volgen van de fiscale rechtspraak een onmisbaar onderdeel van zijn werk. Elke dag kan er een uitspraak voorbij komen die bruikbaar is voor één of misschien wel voor alle cliënten. Wie de fiscale rechtspraak volgt, komt regelmatig opvallende uitspraken tegen. Het verlaagde BTW-tarief voor peepshows is daar een mooi voorbeeld van.
Dergelijk fiscale uitspraken halen ook met zekere regelmaat het nieuws en leiden dan vaak tot enthousiaste reacties van belastingplichtigen. Vooral als ze menen in hetzelfde schuitje te zitten als in de betreffende uitspraak. Diegenen willen dan natuurlijk hun voordeel doen met de uitspraak. Dat is niet altijd onterecht, maar toch is het opletten geblazen. Uit de praktijk blijkt namelijk dat de ene uitspraak de andere niet is. Twee voorbeelden.
Eerst het voorbeeld van de belastingplichtige die netjes met de door de belastingdienst verstrekte diskette zijn aangifte over het jaar 2001 doet. Ik zeg met nadruk netjes, want alles wat er in moet staan staat ook keurig op de goede plek in de aangifte. Het gaat pas fout als de diskette in handen komt van de belastingdienst. Bij het inlezen van de gegevens van de diskette wordt de hypotheekschuld niet alleen als schuld ingelezen, maar het bedrag van de schuld komt ook op de plaats van de aftrekbare hypotheekrente. Gevolg is een wel heel forse aftrekpost voor 2001. Niet alleen wordt de te betalen belasting voor dat jaar teruggebracht naar nul, maar er wordt zelfs een verrekenbaar verlies vastgesteld.
De belastingplichtige is natuurlijk blij verrast als hij zijn aanslag krijgt, maar is minder blij als de inspecteur de vergissing ontdekt en een navorderingsaanslag oplegt. De belastingplichtige is van mening dat hij niets fout heeft gedaan en legt de schuld (terecht) bij de belastingdienst. De inspecteur had bij het afhandelen van de aangifte moeten zien dat er iets niet klopte en toen actie moeten ondernemen. Nu is dat te laat, zo vindt de belastingplichtige.
De inspecteur erkent dat de fout aan de kant van de belastingdienst ligt. Sterker nog, letterlijk zegt hij: "ik weet niet hoe het kan dat de gegevens over de kosten van de eigen woning zo verkeerd in ons computersysteem terecht zijn gekomen". Waarschijnlijk zijn de gegevens handmatig van de diskette overgetypt in het systeem. Dat daarbij een fout is gemaakt wordt in deze zaak voor waarschijnlijk gehouden, maar zo zegt de inspecteur: "de ambtenaar belast met het overnemen van de gegevens wilde ongetwijfeld anders, maar dat is niet gebeurd".
Foutje, bedankt dus? Helaas voor de belastingplichtige oordeelt het Hof te Den Bosch dat de inspecteur in het gelijk staat. Voor het Hof is duidelijk dat de eerste aanslag een vergissing is geweest die gecorrigeerd mag worden. Er is namelijk geen sprake van een "verwijtbaar onjuist inzicht" van de kant van de inspecteur, maar van een fout die gelijk te stellen is met een type- of schrijffout. Dergelijke fouten mogen op basis van de geldende rechtspraak worden hersteld. Bovendien stelt het Hof dat het de belastingplichtige toch zeker in alle redelijkheid wel duidelijk moet zijn geweest dat de aanslag niet juist was en dat er dus sprake was van een vergissing.
Kortom, de navordering blijft in stand.
Dan het tweede voorbeeld. Weer is er sprake van een diskette met daarop een aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2001. Weer is er sprake van een vergissing en weer hebben we te maken met het Hof te Den Bosch. Toch is er in deze kwestie wel één subtiel verschil: het foutje, wat aan de basis van de kwestie ligt, wordt nu niet gemaakt door de belastingdienst, maar door de belastingplichtige. Hoewel, zeg maar fout, want in plaats van € 3.419 aan aftrekbare hypotheekrente vermeldt de diskette die uiteindelijk bij de belastingdienst terecht komt een aftrek van € 3.419.635. Dat scheelt een paar nullen! Gevolg van dit foutje is dat de belastingplichtige niet alleen over 2001 geen belasting verschuldigd is, maar ook niet over de daaropvolgende jaren. De belastingplichtige verklaart voor het Hof niets geks gemerkt te hebben. Dat hij, in tegenstelling tot eerdere jaren, nu plotseling geld van de belastingdienst terug krijgt zal wel met de invoering van de nieuwe wet IB 2001 te maken hebben. Zo is althans de gedachte van de belastingplichtige.
De inspecteur kan zich daar niet in vinden. Hij vindt het slordig en wil navorderen.
Wie nu denkt, met het voorgaande verhaal nog in het achterhoofd, dat de inspecteur hier wel zijn gelijk zal halen, komt bedrogen uit. Het Hof Den Bosch schrapt namelijk de navordering.
Het Hof is wel met de inspecteur eens dat de belastingplichtige een fout heeft gemaakt, vergelijkbaar met een schrijf- of tikfout. Opvallend hierbij is trouwens dat de inspecteur nu wel stelt dat bij het inlezen van een diskette geen menselijke tussenkomst aan de orde is en het dus daarom wel een fout van de belastingplichtige moet zijn. Had hij nu maar, zoals de inspecteur in de hiervoor behandelde zaak, gezegd dat het aannemelijk was dat een ambtenaar in de fout was gegaan bij het overtypen. Misschien had zijn beroep op een duidelijke schijf- of tikfout dan wel succes gehad.
Nu wordt het de inspecteur namelijk nagedragen dat de aangifte niet goed is nagekeken. De aangifte blijkt zonder verdere controle door het geautomatiseerde systeem van de belastingdienst te zijn afgehandeld. En dat terwijl zo'n enorme en van voorgaande jaren afwijkende aftrekpost toch vraagt om een handmatige behandeling aldus het Hof. Dat de uiteindelijke aanslag ook hier niet de bedoeling van de inspecteur weergeeft, helpt hem nu mooi niet. De inspecteur heeft een fout gemaakt door de aangifte niet direct te corrigeren en dat verhindert dat er nagevorderd kan worden.
Of het de belastingplichtige niet meteen duidelijk had moeten zijn dat er iets niet klopte? Dat is nu voor het Hof niet van belang. De fout komt voor rekening van de belastingdienst.
Wat is nu de moraal van dit verhaal? Natuurlijk niet dat u maar een flinke fout in uw aangifte moet maken en hopen dat de belastingdienst het niet ziet. De belastingdienst heeft inmiddels aangekondigd extra alert te zullen zijn op "verschrijvingen" in de aangiften. Wel maken deze arresten duidelijk dat als de feiten in een zaak iets anders liggen een uitspraak zomaar anders kan uitvallen. Heel belangrijk dus als u van mening bent dat een bepaalde uitspraak ook op uw situatie van toepassing kan zijn. Afgaan op wat de kranten weergeven is daarbij niet aan te raden, omdat in de krantenartikelen over het algemeen de feiten op z'n best beknopt worden weergegeven. Probeert u dus altijd te achterhalen wat de werkelijke gang van zaken is geweest en overleg met uw adviseur. Zo voorkomt u dat u later alsnog onaangenaam verrast wordt.
Alex van den Kerkhoff
deWaardKramer belastingadviseurs
a.vandenkerkhoff@dewaardkramer.nl
