De ondernemer en het successierecht: boffen?
Hoewel Estate Planning de laatste jaren in de adviespraktijk een groeiende tak van sport is, blijkt uit de praktijk dat veel mensen nog niet of nauwelijks nadenken over het successierecht. Op zich is dat natuurlijk logisch, want successierecht wordt betaald als er iemand overlijdt en wie wil daar nu over nadenken. Toch kan het successierecht, ook bij kleinere vermogens, aardig oplopen. Juist daarom is het van belang vooraf de gevolgen van overlijden voor het successierecht te bekijken, want met een beetje planning kunnen al behoorlijke bedragen aan belastingheffing worden bespaard. Vooral voor ondernemers kan de besparing groot zijn nu sinds 1 januari de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de successiewet (ook wel bekend als de bof) zijn verruimd.
Wat zijn eigenlijk de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten? Zoals de naam al aangeeft zijn de bof ervoor bedoeld om de overgang van de onderneming van de erflater naar één of meer van zijn erfgenamen fiscaal vriendelijk te behandelen. De bof komt er kort gezegd op neer dat een deel van de waarde van de onderneming niet belast wordt met successierecht. Het kan daarbij gaan om een persoonlijke onderneming (bijvoorbeeld een eenmanszaak) of om een onderneming die wordt gedreven in een B.V. In dat laatste geval wordt de bof toegepast op de waarde van de aandelen. Bij de invoering van de bof in 2002 was 30% van de waarde vrijgesteld, maar sinds 1 januari van dit jaar geldt een vrijstelling voor maar liefst 75% van de waarde van de onderneming. Een behoorlijke vrijstelling dus.
Maar zo makkelijk als het hiervoor is gezegd werkt het natuurlijk ook weer niet, want aan de bof zijn wel voorwaarden verbonden. Om te beginnen moet het gaan om een actieve onderneming (in het vakjargon: een materiële onderneming). De onderneming moet dus echt ondernemen. Dat lijkt een eenvoudig criterium, maar discussie met de belastingdienst ligt hier op de loer, vooral als het gaat om B.V.'s. Het mag duidelijk zijn dat een B.V. met daarin een autobedrijf voor de bof in aanmerking zal komen, maar een vennootschap die zich uitsluitend bezig houdt met beleggen niet. Een onroerend goed vennootschap waarin panden uitsluitend ter belegging worden gehouden zal dus niet voor de bof in aanmerking komen. Maar hoe werkt dit dan uit voor een vennootschap waarin de panden actief worden geëxploiteerd? U voelt de discussie met de inspecteur al aankomen. Bij een vrijstelling van 75% is het financiële belang voor beide partijen duidelijk.
Opvallend is hierbij overigens dat een pensioen-B.V. naar de huidige mening van de geleerden wel in aanmerking komt voor de toepassing van de bof, terwijl dergelijke vennootschappen over het algemeen toch niet een actieve onderneming drijven.
De tweede voorwaarde is het voortzettingsvereiste: de erfgenaam die de onderneming of de aandelen uit de nalatenschap krijgt dient tenminste vijf jaar lang de zaak voort te zetten. Doet hij of zij dit niet (de aandelen in de B.V. worden bijvoorbeeld verkocht na twee jaar) dan vervalt de bof en dient alsnog te worden afgerekend voor het successierecht over de volledige waarde van de onderneming ten tijde van het overlijden. Met andere woorden de erfgenamen kunnen dus van de bof gebruiken maken, maar zitten dan dus wel tenminste vijf jaar aan de onderneming of de aandelen vast.
Deze laatste voorwaarde laat duidelijk zien waar de bof voor bedoeld is, namelijk bedrijfsopvolging. De onderneming kan fiscaal vriendelijk worden doorgeschoven naar die erfgenaam die de zaak ook echt wil overnemen. Dit hoeft overigens geen zoon of dochter te zijn. Ook een werknemer zou, mits hij de zaak voortzet, van de bof gebruik kunnen maken. De ondernemer zal dan natuurlijk wel via zijn testament moeten regelen dat de zaak ook bij de werknemer terecht komt, bijvoorbeeld via een legaat.
Het gaat er dus om dat de zaak wordt voortgezet. Wie wel de bof toepast bij het overlijden, maar stiekem toch niet voortzet zal met terugwerkende kracht de bof verliezen. Om haar rechten niet te verspelen legt de belastingdienst daarom bij de toepassing van de bof een conserverende aanslag op. Er wordt over het vrijgestelde deel van de onderneming in eerste instantie wel successierecht berekend en het bedrag daarvan wordt in die conserverende aanslag vastgelegd. Als aan de voorwaarde is voldaan (voortzetting gedurende vijf jaar) dan komt de aanslag te vervallen. In de tussentijd verleent de belastingdienst uitstel van betaling en is bovendien ook nog zo vriendelijk om voor de duur van dat uitstel geen rente te berekenen.
Wordt echter niet aan de voorwaarden voldaan, dan is de aanslag vanaf dat moment direct invorderbaar voor de belastingdienst. Betalen dus.
Al met al houdt de bof in dat de erfgenaam die de zaak overneemt én zich netjes aan de voorwaarden houdt, per saldo dus slechts successierecht betaalt over 25% van de waarde van de onderneming. Omdat zelfs dat soms nog een aardig bedrag kan zijn, verleent de belastingdienst ook hiervoor uitstel van betaling en wel voor een periode van 10 jaar. Over dit uitstel wordt echter wel rente berekend.
In die gunstige behandeling van de bedrijfsopvolger zit meteen een moeilijkheid voor de erflater. Stel u heeft drie kinderen en de oudste neemt uw zaak over. Deze zal over zijn erfdeel dus nauwelijks belasting betalen door de toepassing van de bof, maar zijn broers of zusters mogen deze bof niet toepassen. Zij betalen dus de volle mep over hun erfdeel en dat kan best aanleiding geven tot een lichte verstoring van de familieverhoudingen. Het herstellen van de financiële verhoudingen is niet eenvoudig en kan eigenlijk alleen via testamentaanpassingen.
Het testament is sowieso heel belangrijk voor de juiste toepassing van de bof. Om een voorbeeld te geven: er zijn nogal wat testamenten in omloop waarbij de langstlevende een minimaal erfdeel krijgt (vaak 1%). Uit het oogpunt van Estate Planning kan dit fiscaal aantrekkelijk zijn, maar het kan ook de toepassing van de bof dwarszitten. Dit is het geval als de langstlevende de zaak wil voortzetten. Hij of zij krijgt dan de bof (een grote vrijstelling), maar heeft nauwelijks een belast erfdeel en er valt dus weinig belasting te besparen. Het effect van de bof gaat dan verloren.
Wie een goed gebruik van de bof wil veiligstellen zal dan ook zijn of haar testament eens goed moeten laten beoordelen door een adviseur of notaris.
De bof is ook van toepassing wanneer een onderneming of aandelen in een B.V. worden geschonken. Bij het opstellen van een schenkingsplan dus iets om rekening mee te houden.
De moraal van het verhaal mag duidelijk zijn: er is onder voorwaarden een grote besparing van successierechten mogelijk via de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Maak er gebruik van. Laat u nu goed adviseren, zodat bij uw overlijden (hopelijk in de verre toekomst) de belastingdienst minder en uw kinderen meer overhouden van wat u tijdens uw leven heeft opgebouwd aan vermogen.
Alex van den Kerkhoff
deWaardKramer belastingadviseurs
a.vandenkerkhoff@dewaardkramer.nl
