Voorkom onnodige belastingheffing:
let op de formaliteiten.
Wie kent het begrip vormfout niet?
Het is al zo vaak in het nieuws geweest. Menig advocaat heeft met een beroep op een vormfout zijn (al dan niet schuldige) cliënt uit de handen van justitie gehouden. Hoe ernstiger de daad waarvan de cliënt beschuldigd werd, hoe groter de verontwaardiging bij het publiek dat zo iets simpels als een vormfout kan leiden tot vrijspraak. Het geeft wel aan hoe belangrijk het is om bij juridische zaken de regeltjes nauwgezet te volgen. Ook het belastingrecht is een wirwar van regeltjes en ook hier is het vaak van groot belang om de formaliteiten in acht te nemen. Wie dat niet doet loopt risico en vaak niet zo'n klein beetje ook.
Een voorbeeld uit de praktijk. Een B.V. breidt in 1999 haar aandelenkapitaal uit met
ƒ 100.000. De enige aandeelhouder van de vennootschap, tevens de directeur van de B.V., stort bij deze gelegenheid echter geen ƒ 100.000, maar ƒ 3.580.000. Veel meer dus dan het bedrag wat op de aandelen staat vermeld. Volgens het vennootschapsrecht is er in een dergelijke situatie sprake van zogenaamd agio. Wel op de aandelen gestort maar formeel geen aandelenkapitaal. Hoewel het onderscheid een formaliteit lijkt (zowel het aandelenkapitaal als het agio komen immers uit de portemonnee van de aandeelhouder), is het wel een onderscheid met grote gevolgen.
Een jaar later wordt het gestorte agio namelijk aan de aandeelhouder teruggegeven. De inspecteur ziet dit gebeuren en legt een aanslag inkomstenbelasting op. Er is volgens hem sprake van een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang (beter bekend als dividend) waarover 25% belasting verschuldigd is. De aandeelhouder is het er niet mee eens en stelt (op zich terecht) dat hij niet meer heeft teruggekregen dan hij er een jaar eerder zelf heeft ingestopt. Waar zit dan dat voordeel, vraagt hij zich dan ook af. Daar komt bij dat de B.V. in kwestie een beleggingsdoel heeft en iedereen kan zich nog wel de beursdaling van 2000 herinneren. De B.V. lijdt gewoon verlies. Dividend kan dan toch niet aan de orde zijn?
De zaak komt voor het Hof van Amsterdam en dat Hof geeft de inspecteur gelijk. De aandeelhouder wordt om de oren geslagen met de wettekst. Uit het wetsartikel over voordelen uit aanmerkelijk belang volgt namelijk precies wanneer er een onbelaste terugbetaling van agio mogelijk is. Er zijn precies drie voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om van een onbelaste terugbetaling te kunnen spreken. De eerste twee vormen voor de aandeelhouder in deze zaak geen probleem. Er is niet meer terugbetaald dan oorspronkelijk door de aandeelhouder gestort en de algemene vergadering van aandeelhouders heeft vooraf haar goedkeuring aan de terugbetaling gegeven.
Deze tweede voorwaarde is natuurlijk een fraai voorbeeld van een formaliteit, want welke aandeelhouder zal niet akkoord gaan met de betaling van meer dan ƒ 3 miljoen aan zichzelf. Niettemin geldt dat zonder zo'n besluit geen onbelaste terugbetaling mogelijk is. Het is dus wel de moeite waard om even een a4-tje met een handtekening op te stellen. De aandeelhouder in deze zaak heeft daar in ieder geval nog wel aan gedacht.
Des te tragischer is het dan ook dat aan de derde en laatste voorwaarde niet is voldaan. De wet spreekt namelijk van een noodzakelijke statutenwijziging waarin het aandelenkapitaal wordt verminderd met het bedrag van de terugbetaling. En daar gaat het mis. De aandeelhouder is niet bij de notaris langs geweest. Voor het Hof verklaart de aandeelhouder nog dat dit te wijten is aan een miscommunicatie tussen zijn belastingadviseur en zijn accountant, maar feit blijft dat er geen akte kan worden overgelegd aan de inspecteur of de rechter. De wet is duidelijk genoeg vindt het Hof. Er is niet voldaan aan alle voorwaarden dus kan er geen sprake zijn van een onbelaste terugbetaling. Door niet naar de notaris te gaan ziet deze aandeelhouder zich dus geconfronteerd met een belastingaanslag, waardoor hij 25% belasting moet betalen over een bedrag wat hij een jaar eerder zelf in de B.V. heeft gestopt. Uitermate sneu natuurlijk, vooral omdat dit voorkomen had kunnen worden met een bezoek aan een notaris.
Een formaliteit, maar o zo belangrijk.
In dit geval het verschil tussen nul of ƒ 825.000 belastingheffing.
Het belastingrecht kent nog veel meer situaties waarin formaliteiten een belangrijke rol kunnen spelen. Vooral de relatie van de directeur grootaandeelhouder met zijn eigen vennootschap is door formaliteiten omgeven. De voorbeelden zijn legio. Pensioen in eigen beheer? Stel een juiste pensioenbrief op. Lenen van de B.V.? Maak een zakelijke leningovereenkomst op. Vastleggen is het devies. Zorg altijd dat uw dossier op orde is, zodat, mocht u op een kwade dag met de fiscus in discussie raken, alle noodzakelijke documenten in ieder geval voorhanden zijn. Twijfelt u of uw dossier wel compleet is? Overleg dan eens met uw adviseur.
Voorkomen is beter dan belasting betalen.
Alex van den Kerkhoff
deWaardKramer belastingadviseurs
a.vandenkerkhoff@dewaardkramer.nl
