deWaardKramer

Rechtstreeks naar inhoud gaan

Wijn en Zalm werken .....

aan uw winst.

Het is misschien nog niet helemaal tot u doorgedrongen, maar er staan grote veranderingen aan te komen op het gebied van de vennootschapsbelasting. Het begon allemaal ongeveer een jaar geleden toen Staatssecretaris Wijn de nota "Werken aan winst: naar een laag tarief en een brede grondslag" presenteerde aan het publiek. De nota werd gebracht als een ambitieus plan om de vennootschapsbelasting grondig te herzien met als achtergrond om Nederland weer aantrekkelijk te maken voor ondernemers. Na de presentatie van de plannen volgde vooral veel praten. Er werd overlegd in de Tweede Kamer, verschillende vakorganisaties gaven hun mening en de Staatssecretaris reageerde weer op al die reacties. Zo verstreek een jaar, maar onlangs maakte het Ministerie van Financiën dan eindelijk bekend dat de Ministerraad akkoord is gegaan met een wetsvoorstel gebaseerd op de nota en dat dit wetsvoorstel nog voor de zomer zal worden aangeboden aan de Tweede Kamer. Het is dan ook een mooi moment voor een kort overzicht van de belangrijkste maatregelen. 

De meest in het oog springende maatregel (en meteen de meest aansprekende) is natuurlijk de verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting. Het huidige tarief (29,6%) zal worden teruggebracht tot 25%. Ook het zogenaamde opstaptarief (van toepassing op de winst tot een bedrag van € 22.689) gaat omlaag van 25,5% naar 20%. Tegelijkertijd gaat ook het tarief van de dividendbelasting omlaag. De huidige heffing van 25% zal worden vervangen door een heffing van 15%. Winst wordt dus minder zwaar belast voor ondernemers die vallen onder de vennootschapsbelasting. Een tarief van 25% voor de vennootschapsbelasting in combinatie met een dividendbelastingtarief van 15% is een aantrekkelijk perspectief. Voor diegenen die met hun onderneming nog in de inkomstenbelasting vallen is het wellicht een goed moment om de overstap naar een B.V. te overwegen. Toch wordt ook inkomstenbelastingondernemer in het wetsvoorstel niet helemaal vergeten. Ook voor hen is er namelijk een voordeel ingebouwd in de vorm van de MKB-vrijstelling. Deze vrijstelling komt in de plaats van de huidige zelfstandigenaftrek en houdt in dat een ondernemer een bedrag van 9% van zijn winst mag vrijstellen van de heffing van inkomstenbelasting. Een aardig voordeel, zeker voor de ondernemer die in de hoogste tariefschijf van 52% valt. Wel moet de ondernemer, net als nu het geval is bij de zelfstandigenaftrek, voldoen aan het urencriterium. Er moet dus per jaar tenminste 1225 uur voor de onderneming gewerkt worden. Natuurlijk is het niet allemaal goed nieuws voor u. Tariefsverlagingen en vrijstellingen moeten natuurlijk wel gefinancierd worden. De oorspronkelijke nota ging uit van een budgetneutraal pakket aan maatregelen oftewel wat u met de verlaging van de tarieven krijgt toegeworpen wordt u via een andere weg weer afgenomen. Inmiddels heeft de Staatssecretaris "ergens" € 730 miljoen vandaan gehaald zodat het wetsvoorstel niet helemaal budgetneutraal is, maar feit blijft dat er een aantal onplezierige elementen in het plan zitten. Om te beginnen worden de verliesverrekeningsmogelijkheden beperkt. In de huidige vennootschapsbelasting kunt u een eventueel verlies verrekenen met de drie voorgaande kalenderjaren of onbeperkt met toekomstige winsten. Een verlies van 2006 kan dus nog worden verrekend met winsten vanaf 2003 of bij wijze van spreken met de winst van 2021. De nieuwe regeling beperkt de verrekening met het verleden tot één kalenderjaar. De verrekening met de toekomst is slechts voor een periode van negen jaar mogelijk. Datzelfde verlies van 2006 kan dus alleen nog maar worden verrekend met de winst van 2005 of maximaal de winst van 2015. Voor de inkomstenbelastingondernemer blijft trouwens de zogenaamde carry-back met de drie voorgaande kalenderjaren wel in stand. En dan is er natuurlijk de beperking van de afschrijving van bedrijfsgebouwen. Simpel gezegd mag in het nieuwe plan een bedrijfspand niet verder worden afgeschreven dan tot 100% van de verkoopwaarde. Dit houdt in dat wanneer de boekwaarde gelijk is aan de verkoopwaarde er niet meer afgeschreven mag worden. In zijn nota ging de Staatssecretaris er nog vanuit dat dit voor alle bedrijfspanden moest gelden, maar dit leverde hem de nodige kritiek op. Vandaar dat in het wetsvoorstel een uitzondering zal worden gemaakt voor de bedrijfspanden in eigen gebruik. Deze panden mogen verder worden afgeschreven en wel tot 50% van de verkoopwaarde. Vastgoedbeleggers moeten echter rekening blijven houden met een beperking van de afschrijving tot 100% van de verkoopwaarde. De kritiek op deze afschrijvingsbeperking is nog niet verstomd, maar gegeven het feit dat deze maatregel bijna 80% van de voorgestelde tariefsverlagingen financiert mag duidelijk zijn dat de Staatssecretaris deze maatregel fel zal verdedigen. 

Zoals gezegd zal het wetsvoorstel nog voor de zomer naar de Tweede Kamer gaan. Het is de bedoeling om de maatregelen vanaf 1 januari 2007 in te voeren. Of die datum haalbaar is zal nog moeten blijken. Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer zal er nog heel wat afgediscussieerd worden. In het najaar zal wel duidelijk zijn hoe de nieuwe vennootschapsbelasting er echt uit gaat zien.

                                                            Alex van den Kerkhoff
                                                            deWaardKramer belastingadviseurs
                                                            a.vandenkerkhoff@dewaardkramer.nl

Cliënt Online
Twitter