Ik ga op reis en ik neem mee .....
een belastingaanslag?
Reizen en belasting betalen zijn twee begrippen die over het algemeen een tegengestelde reactie oproepen. Het eerste, reizen, doen we graag en dan met name voor vakantie. Het tweede begrip leidt alleen tot enthousiasme als we het niet hoeven te doen. Als de twee begrippen samen komen voorspelt dat meestal niet veel goeds. Daar kunnen de Oranjefans die in 2004 op uitnodiging van de KNVB onze jongens gesteund hebben tijdens het EK in Portugal inmiddels over meepraten. In de kranten konden zij in januari lezen dat de belastingdienst hun gegevens heeft opgevraagd bij de voetbalbond. Doel van die actie is simpel gezegd om te onderzoeken of er hier en daar nog wat te belasten valt. Wie de zakelijkheid van de reis naar een voetbalwedstrijd in Portugal niet kan aantonen, zou wel eens een naheffing van de belastingdienst kunnen verwachten. Deze fans kunnen een pittige discussie met hun inspecteur tegemoet zien. Misschien dat het enige troost voor ze is, maar ze zijn niet de eerste en zeker ook niet de laatste die zo'n discussie moeten voeren.
De rechtspraak kent inmiddels genoeg voorbeelden van de strijd tussen belastingplichtige en de fiscus over de belastbaarheid van een reis. De discussie spitst zich daarbij toe op de vraag of aan de reis een zakelijk motief ten grondslag ligt (bijvoorbeeld het verkennen van een nieuwe markt of het zoeken naar nieuwe producten) of dat er sprake is van privé belangen, beter bekend als het snoepreisje. Het mag duidelijk zijn dat aan een zakelijke reis geen fiscale bezwaren kleven, maar dat de fiscus u niet op snoepreisje zal laten gaan zonder dit privé plezier als loon in natura te belasten met loonbelasting. Een mooi voorbeeld is te vinden in een uitspraak van het Hof 's-Hertogenbosch.
We maken daar kennis met de heer en mevrouw Opreis. Naast een gelukkig echtpaar vormen zij tevens de directie van Reislustig B.V. In 1998 maken de heer en mevrouw Opreis samen met de rest van het managementteam van Reislustig (en uiteraard hun echtgenotes) een reis naar Zuid-Afrika en Zimbabwe. Het geheel wordt natuurlijk betaald door Reislustig B.V. De inspecteur van de behandelende belastingeenheid denkt dat hier wel iets te belasten valt. Volgens hem is de reis niet meer dan een toeristisch uitstapje. Hij wijst daarbij naar het programma, waar onder andere een bezoek aan de Victoria Watervallen in Zimbabwe, een reis per stoomtrein, een rondvlucht per helikopter en een safaritocht met "fourwheeldrives" in is opgenomen. Kortom, het is het soort reis dat men op tv wel eens in reisprogramma's voorbij ziet komen. De inspecteur beschouwt het reisje dan ook als een extraatje voor het management. Een beloning waarover belasting moet worden betaald, in fiscale termen: loon in natura. De inspecteur legt daarom een aanslag op.
Reislustig gaat tegen de aanslag in bezwaar en later in beroep. Voor het Hof wordt ter verdediging aangevoerd dat aan de reis ook een aantal belangrijke nieuwe zakenrelaties deelnamen en dat het managementteam onderweg met deze relaties over zaken kon "brainstormen" en met elkaar kon "teambuilden". Helaas voor Reislustig is het Hof, net als de inspecteur, niet onder de indruk. Het Hof oordeelt dat er sprake is van "persoonlijke behoeftebevrediging" en niet van enig zakelijk belang.
Voor Reislustig rest niets anders dan het betalen van de aanslag met de onvermijdelijke boete.
In ons voorbeeld was de aandacht van de inspecteur nog uitsluitend gericht op de meereizende werknemers van Reislustig en de vraag of deze werknemers een belastbaar voordeel hadden genoten in de vorm van een leuk reisje naar Afrika. Er was zo blijkt uit de verdediging van Reislustig echter ook sprake van meereizende zakenrelaties. Voor hen bleef dit reisje nog zonder gevolgen, maar onder de huidige regelgeving zou de schade niet beperkt blijven tot uitsluitend de werknemers. Door een wijziging in de loonbelasting kan de inspecteur tegenwoordig in een dergelijk geval ook bij de zakenrelaties achterstallig belastinggeld ophalen. Met ingang van 1 januari 2006 zijn namelijk promotionele activiteiten in principe belast met loonbelasting. In eerste instantie is de organiserende partij, in ons voorbeeld Reislustig, degene die voor de belastingafdracht moet zorgen. Deze kan de belastinggevolgen voor de activiteiten afkopen met de zogenaamde eindheffing van de loonbelasting. Voor activiteiten met een waarde boven € 136 geldt dan een tarief van 75%. In ons voorbeeld was sprake van een reis naar Afrika. De eindheffing wordt berekend over de waarde van een dergelijke reis in het economisch verkeer, zeg maar de prijs waarvoor de reis wordt aangeboden door een reisorganisatie. Dat dit een aanzienlijke heffing betekent mag duidelijk zijn.
De organiserende partij kan er natuurlijk ook voor kiezen niet te heffen, maar dan kan de fiscus haar gram rechtstreeks bij de uitgenodigde zakenrelatie halen. Het maakt daarbij geen verschil of die deelnemer een mens van vlees en bloed is of een rechtspersoon, zoals een B.V. Voorwaarde voor de heffing is wel dat de deelnemer het voordeel van de activiteit uit hoofde van zijn of haar functie heeft genoten. Deze voorwaarde zal al snel vervult zijn in die gevallen dat iemand een reis krijgt aangeboden van een zakelijke partner, zoals een leverancier of een belangrijke afnemer.
De fiscus heeft nu dus een extra reden om zakelijke reizen aan een nader onderzoek te onderwerpen. Met het oog op de komende Wereldkampioenschappen voetbal wellicht iets om in het achterhoofd te houden. Niet alleen als u van plan bent uw zakenrelaties op een wedstrijdje Nederlands Elftal in Leipzig te trakteren, maar ook als u zelf de uitnodiging krijgt om Oranje te steunen vanaf de tribunes in Duitsland. Zeker als Nederland de finale mocht halen, zal de waarde in het economisch verkeer van zo'n tribunekaartje aardig kunnen oplopen. De mogelijke heffing van de fiscus dus ook.
Alex van den Kerkhoff
deWaardKramer belastingadviseurs
a.vandenkerkhoff@dewaardkramer.nl
