deWaardKramer

Rechtstreeks naar inhoud gaan

De staatssecretaris van Financiën heeft nieuwe regels geformuleerd rondom woon-werkverkeer en BTW. Bij uw berekening van de ‘BTW correctie privégebruik auto’ voor 2011 dient u rekening te houden met deze nieuwe regels.

Het woon-werkverkeer werd voor de BTW - evenals voor de loon- en inkomstenbelasting - gezien als zakelijk gebruik van de auto van de zaak. Door nieuwe regelgeving is dat per 1 juli 2011 gewijzigd. Vanaf die datum wordt het woon-werkverkeer voor de BTW aangemerkt als privégebruik van de auto van de zaak.

Wat wordt onder woon-werkverkeer verstaan?

Voor de BTW wordt onder woon-werkverkeer verstaan: het (heen en/of terug) reizen van de woon- of verblijfplaats naar de vaste werkplaats(en)/bedrijfadres. Deze definitie gaat ervan uit dat het in de regel aan u is om uw woonplaats/verblijfplaats te kiezen. Daarbij dient u rekening te houden met uw vaste werkplaats (die bepalend is voor de lengte van het traject) en de wijze waarop het woon-werktraject wordt afgelegd.

Het bovenstaande betekent dus dat, indien u reist naar andere plaatsen dan de vaste werkplaats of het bedrijfsadres, dit niet wordt aangemerkt als woon-werkverkeer. Zo zal het reizen van een bouwvakker naar de bouwplaats normaliter geen woon-werkverkeer zijn (tenzij dit als vaste werkplaats is overeengekomen). Ook bijvoorbeeld het reizen van een onderhoudsmonteur naar het adres van een klant valt daar dan niet onder.

Let op!

Ook het gebruik van bestelauto's voor woon-werkverkeer kwalificeert als privégebruik.

                                                             Emiel Reijerse
                                                             deWaardKramer belastingadviseurs
                                                             e.reijerse@dewaardkramer.nl

Volg @deWaardKramer ook op Twitter.

Bij de samenstelling van de berichtgeving is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd, maar deWaardKramer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.

Per 1 januari 2012 gelden versoepelde regels met betrekking tot de gemeenschap van goederen voor gehuwden. Wat betekent dit voor u?

Start echtscheidingsprocedure betekent einde gemeenschap

Per 1 januari 2012 is het tijdstip van ontbinding van de gemeenschap van goederen bij echtscheiding veranderd. De gemeenschap van goederen eindigt namelijk al zodra de echtscheidingsprocedure van start gaat. Vanaf het moment dat u een verzoekschrift tot echtscheiding indient, valt alles wat u daarna aan vermogen of schulden verwerft niet meer in de gemeenschap. Wat brengt dit voor u met zich mee? U kunt eerder een nieuwe woning kunt kopen zonder dat deze in de gemeenschap van goederen valt. Daarnaast bent u dus niet langer (hoofdelijk) aansprakelijk voor schulden die uw partner aangaat nadat het verzoek tot echtscheiding is ingediend.

Geen toestemming rechter nodig

Wilt u de gemeenschap van goederen tijdens uw huwelijk wijzigen in huwelijkse voorwaarden? Dan heeft u hiervoor vanaf 1 januari 2012 geen toestemming meer nodig van een rechter. Ook een wijziging in uw huwelijkse voorwaarden kan zonder juridische procedure. Dit maakt het sneller en goedkoper voor u.

Let op!

Bent u een geregistreerd partnerschap aangegaan? Dan gelden de bovenstaande wijzigingen ook voor u.


                                                            Emiel Reijerse
                                                            deWaardKramer belastingadviseurs
                                                            e.reijerse@dewaardkramer.nl

Volg @deWaardKramer ook op Twitter.

Bij de samenstelling van de berichtgeving is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd, maar deWaardKramer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.

Uit een recent onderzoek blijkt dat ruim tweederde van de samenwonende partners die meewerken aan het bedrijf van de andere partner daar niet voor betaald krijgen. Na de relatie blijven deze partners met lege handen achter. Kunt u uw partner onbetaald aan het werk zetten?

Hieronder komt aan bod welke beloningsvorm u kunt kiezen en wat de fiscale gevolgen hiervan zijn.

U geeft uw partner geen vergoeding

Als uw partner onbetaald meewerkt, kunt u na afloop van het jaar een bedrag aftrekken van uw winst, de meewerkaftrek. U moet dan wel voldoen aan het urencriterium. Het bedrag van de meewerkaftrek is afhankelijk van de hoogte van de winst en van het aantal uren dat uw partner meewerkt. U dient het aantal meegewerkte uren van uw partner aannemelijk te maken. Hierbij kunt u het beste gebruik maken van een urenadministratie.

U geeft uw partner een arbeidsbeloning

Geeft u uw partner een vergoeding voor de werkzaamheden binnen uw onderneming van minimaal € 5.000? Dan kunt u deze beloning van uw winst aftrekken. Geeft u uw partner een arbeidsvergoeding van minder dan € 5.000? Dan heeft u recht op de meewerkaftrek. De arbeidsbeloning is voor uw partner inkomen, als die beloning minimaal € 5.000 is. Uw partner betaalt daarover inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.

U sluit een arbeidsovereenkomst met uw partner

U kunt met uw partner een arbeidsovereenkomst sluiten. Uw partner is dan bij u in dienstbetrekking. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden:

  • Uw partner werkt onder dezelfde arbeidsvoorwaarden als uw andere werknemers.
  • Uw partner ontvangt loon.

Het loon van uw partner wordt betrokken in de loonheffing.

U vormt samen met uw partner een onderneming (Man-vrouw firma)

Kwalificeren zowel u als uw partner als ondernemer? Dan kunt u samen een man-vrouw firma vormen, de speciale variant van de vennootschap onder firma. Uw partner is hierbij dan medeondernemer met alle consequenties van dien. Zo kan uw partner afzonderlijk in aanmerking komen voor de fiscale ondernemersfaciliteiten maar dient uw partner zich te laten registeren bij de KvK en de belastingdienst. Uw partner is zodoende wel medeverantwoordelijk voor schulden van de onderneming.

Let op!

Het bedrag van de meewerkaftrek is voor uw partner geen inkomen. Uw partner hoeft daarover dus geen belasting te betalen!

                                                            Emiel Reijerse
                                                            deWaardKramer belastingadviseurs
                                                            e.reijerse@dewaardkramer.nl

Volg @deWaardKramer ook op Twitter.

Bij de samenstelling van de berichtgeving is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd, maar deWaardKramer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.

De Milieulijst voor de MIA/Vamil-regeling en de Energielijst voor de Energie-investeringsaftrek voor 2012 zijn gepubliceerd in de Staatscourant. Wanneer komt u in aanmerking voor de MIA, Vamil en de Energie-investeringsaftrek?

Energie-investeringsaftrek

De Energie-investeringsaftrek (EIA) is een fiscale regeling waarmee u extra ondersteuning krijgt bij het investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie. Met de EIA kunt u 41,5% van de investeringskosten van energiebesparende bedrijfsmiddelen in aftrek brengen op uw fiscale winst, bovenop uw gebruikelijke afschrijving. U kunt per kalenderjaar minimaal € 2.300 en maximaal € 118 miljoen aan energie-investeringen doen om in aanmerking te komen voor de EIA.

Op de Energielijst voor 2012 ziet u welke bedrijfsmiddelen in aanmerking kunnen komen voor de EIA .

Klik hier om direct te gaan naar de Energielijst voor 2012.

Milieu-investeringsaftrek en Vamil

De overheid biedt u met de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Vamil (willekeurige afschrijving milieu-investeringen) de mogelijkheid om fiscaal voordelig te investeren in milieuvriendelijke producten of bedrijfsmiddelen. Ook wordt u de mogelijkheid geboden om innovatieve milieuvriendelijke producten sneller op de markt te brengen. Door gebruik te maken van de MIA kunt u tot 36% van de investeringskosten voor een milieuvriendelijke investering aftrekken van de fiscale winst, bovenop de reguliere afschrijving. De Vamil biedt de mogelijkheid 75% van een investering op een willekeurig moment af te schrijven. Om voor de Vamil/MIA in aanmerking te komen dient het totaal aan investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan per kalenderjaar minimaal  € 2.300 en € 25 miljoen te bedragen.

Op de Milieulijst 2012 leest u ongeveer 370 investeringen waarvoor u de MIA, Vamil of MIA én Vamil kunt aanvragen. De investeringen (of bedrijfsmiddelen) die in de lijst zijn opgenomen, zijn minder milieubelastend en gaan vaak verder dan wat wettelijk is voorgeschreven. U kunt de EIA en Vamil gelijktijdig toepassen voor bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor zowel EIA als voor Vamil. U kunt echter de EIA en de MIA niet gelijktijdig toepassen.

Klik hier om direct te gaan naar de Milieulijst voor 2012.

Let op!

U kunt per 1 januari 2012 de EIA, de MIA en de Vamil alleen digitaal aanvragen bij het Agentschap NL. Een aanmelding op papier wordt niet geaccepteerd!

                                                            Emiel Reijerse
                                                            deWaardKramer belastingadviseurs
                                                            e.reijerse@dewaardkramer.nl

Volg @deWaardKramer ook op Twitter.

Bij de samenstelling van de berichtgeving is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd, maar deWaardKramer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.

Met ingang van 1 januari 2012 heeft u als werkgever geen zwangerschapsverklaring meer nodig als u een WAZO-uitkering aanvraagt voor uw werknemer.

Wat is een zwangerschapsverklaring en waar is deze voor nodig?

Een zwangerschapsverklaring is een verklaring van een arts of verloskundige, waarin onder meer de vermoedelijke datum van bevalling wordt opgenomen. Deze verklaring dient uw werknemer aan u te overhandigen bij het aanvragen van zwangerschapsverlof. U heeft deze verklaring weer nodig om een uitkering aan te vragen voor uw werknemer bij de uitvoeringsinstelling (het UWV). Deze verklaring dient u namelijk mee te sturen met de aanvraag. De zwangerschapsverklaring heeft u verder nodig zodat u de vermoedelijke bevallingsdatum kunt invullen bij de aanvraag van de zwangerschapsuitkering. U heeft de verklaring ook nodig, omdat UWV deze kan opvragen ter controle. Bewaar daarom de zwangerschapsverklaring tot minimaal 1 jaar na de uitkering.

Wat verandert er?

Met ingang van 1 januari 2012 is het niet meer nodig om een zwangerschapsverklaring mee te sturen bij de aanvraag van een WAZO-uitkering voor uw werknemer. Let wel, de UWV kan tot 1 jaar na afloop van de uitkering de verklaring bij u opvragen ter controle.

Let op!

Bent u zelfstandige en vraagt u een ZEZ-uitkering aan, dan is er nog wel een zwangerschapsverklaring nodig. Deze verklaring dient u mee sturen met de aanvraag van uw uitkering.


                                                            Emiel Reijerse
                                                            deWaardKramer belastingadviseurs
                                                            e.reijerse@dewaardkramer.nl

Volg @deWaardKramer ook op Twitter.

Bij de samenstelling van de berichtgeving is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd, maar deWaardKramer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.

Per 1 juli 2011 is het mogelijk om voor het privégebruik van de auto van de zaak, een forfait toe te passen voor de verschuldigde btw. Dit is definitief vastgesteld op 20 december 2011.

Het privégebruik van de auto van de zaak door u of uw personeel zonder dat daar een vergoeding tegenover staat, vormt een belaste dienst als voor de auto recht op aftrek is ontstaan. Hierdoor volgt er een btw-correctie op basis van werkelijke kilometerverhoudingen. U dient dan ook een administratie bij te houden waaruit blijkt in hoeverre de auto voor privédoeleinden is gebruikt en welke kosten hieraan zijn toe te rekenen. Omdat het soms niet mogelijk is dat deze gegevens uit de administratie blijken, kan onder voorwaarden de verschuldigde btw per auto worden vastgesteld middels een forfaitaire berekening.

Wat houdt het forfait in?

Het forfait houdt in dat de btw die is verschuldigd voor het privégebruik van de auto wordt vastgesteld op 2,7% van de catalogusprijs, inclusief btw en bpm, van de auto. U kunt dit forfait alleen toepassen als uit de administratie niet blijkt in hoeverre de auto voor privédoeleinden is gebruikt en welke kosten daaraan zijn toe te rekenen.

Maakt u gebruik van het forfait? Dan dient u de volgende voorwaarden in acht te nemen:

  • U brengt btw op gemaakte autokosten in aftrek;
  • U moet eenmaal per jaar en wel in het laatste belastingtijdvak van het kalenderjaar btw aangeven voor het privégebruik auto. De verschuldigde btw bedraagt dan 2,7% van de catalogusprijs van de betreffende auto. Dit percentage wordt naar tijdsgelang berekend (het aantal dagen dat de auto mede voor privédoeleinden ter beschikking staat).

Let op!

Nu het forfait pas met ingang van 1 juli 2011 van kracht is geworden mag u over het jaar 2011 het forfait naar tijdsgelang toepassen!


                                                            Emiel Reijerse
                                                            deWaardKramer belastingadviseurs
                                                            e.reijerse@dewaardkramer.nl

Volg @deWaardKramer ook op Twitter.

Bij de samenstelling van de berichtgeving is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd, maar deWaardKramer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan

Het kabinet heeft de regeling Research & Development Aftrek (RDA) in het Belastingplan 2012 uitgewerkt. Wat houdt de RDA regeling in?

De RDA regeling
De RDA regeling is een nieuw fiscaal instrument, waarmee de overheid bedrijven vanaf 2012 extra willen stimuleren om te innoveren. Dit houdt in dat u een belastingaftrek kunt krijgen welke is gericht op investeringen en kosten die betrekking hebben op de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten. U kunt in aanmerking komen voor een aftrek van 40%. Deze regeling geldt zowel in de inkomstenbelasting als in de vennootschapsbelasting. De loonkosten vallen niet onder deze regeling, omdat de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) dit al fiscaal stimuleert.

Aanvraag via Agentschap NL
De RDA wordt vastgesteld door het Agentschap NL. U ontvangt dus van het Agentschap NL een beschikking die de hoogte van de RDA weergeeft. Deze beschikking is gebaseerd op de door u aangegeven schatting van de kosten en investeringen over een bepaald jaar of een periode binnen dat jaar. U krijgt een correctie mogelijkheid in het geval blijkt dat uw kosten en investeringen meer dan een bepaalde marge afwijken van uw schatting vooraf.

Hoe verwerkt u de RDA in uw aangifte?  

U neemt de RDA over van de door het Agentschap NL afgegeven beschikking in uw winstaangifte voor de inkomstenbelasting/vennootschapsbelasting. De Belastingdienst controleert vervolgens of de hoogte van de door u in de aangifte ingevulde RDA overeenkomt met het bedrag op de door het Agentschap NL afgegeven beschikking.

Let op!

De RDA regeling zal vanaf 1 januari 2012 gelden.

                                                            Emiel Reijerse
                                                            deWaardKramer belastingadviseurs
                                                            e.reijerse@dewaardkramer.nl

Volg @deWaardKramer ook op Twitter.

Bij de samenstelling van de berichtgeving is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd, maar deWaardKramer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan

Vanaf 1 januari 2013 wil het ministerie van Financiën met speciale inbouwkastjes gaan bijhouden hoeveel privéritten er worden gereden met bestelauto's.

De fiscus begint begin volgend jaar met een proef waarbij speciale kastjes in bestelauto’s worden geplaatst. Deze kastjes moeten het privégebruik van de bestelauto bijhouden.

Variabele bijtelling

Nu is het zo dat u voor uw privéritten een bijtelling kan verwachten van maximaal 25%. Hierbij maakt het niet uit hoeveel privékilometers u rijdt, of u nu net over de grens van 500 privékilometers zit of dat u de bestelauto heel veel privé gebruikt. In de nieuwe plannen krijgt u te maken met een variabele bijtelling. Dit wil zeggen dat u gaat betalen overeenkomstig het privégebruik. Het kabinet wil hierbij drie of vier tariefgroepen introduceren.

Minder administratieve rompslomp

Het kastje brengt wel een voordeel met zich mee. Met de invoering van het kastje kan de omstreden rittenregistratie mogelijk gestopt worden. Die levert momenteel veel administratieve rompslomp op en vormt ook extra werk voor de Belastingdienst.

Let op!

Indien u veel privé rijdt met uw bestelauto dient u er rekening mee te houden dat u met deze nieuwe aanpak boven de huidige bijtelling uit kan komen!

                                                            Emiel Reijerse
                                                            deWaardKramer belastingadviseurs
                                                            e.reijerse@dewaardkramer.nl

Volg @deWaardKramer nu ook op Twitter.

Bij de samenstelling van de berichtgeving is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd, maar deWaardKramer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan

Bij het vaststellen van het recht op kinderopvangtoeslag wordt op dit moment niet gekeken naar het aantal uren dat u en eventueel uw partner werken, maar naar het inkomen. Het kabinet gaat dat per 1 januari 2012 veranderen.

Wat gaat er veranderen?

Vanaf 1 januari 2012 wordt de kinderopvangtoeslag gekoppeld aan het aantal uren dat de ouder met de minste uren heeft gewerkt. U heeft dan bij dagopvang (voor kinderen van 0 tot en met 4 jaar) recht op toeslag voor 140% van de werkuren van de minst werkende partner. Voor schoolgaande kinderen (van 4 tot en met 12 jaar) kunt u  70% van de uren declareren.

Urencriterium voor kinderopvangtoeslag

Alle uren die u besteedt aan uw onderneming komen in aanmerking voor kinderopvangtoeslag. Hoe dient u uw uren  als zelfstandige bij te houden? Volgens het kabinet kunt u  de gewerkte uren op een vergelijkbare wijze aannemelijk kunnen maken als nu al gebeurt bij de zelfstandigenaftrek. Het kabinet geeft aan dat zelfstandigen die in aanmerking komen voor de zelfstandigenaftrek reeds gewend zijn om de gewerkte uren bij te houden in verband met het urencriterium. De koppeling tussen de uren en de kinderopvangtoeslag geldt overigens op jaarbasis en controle zal achteraf plaatsvinden.

U wordt in 2012 verder geïnformeerd

Zo zult u in januari per brief nog eens geïnformeerd worden over de koppeling van kinderopvangtoeslag aan het aantal gewerkte uren. Hierbij zal specifiek aandacht worden besteed aan het aannemelijk maken van de gewerkte uren. Ook zal op de website van de Belastingdienst/Toeslagen een lijst met mogelijke bewijsmiddelen voor de uren komen. Deze lijst laat zien welke bewijsmiddelen zullen worden geaccepteerd, maar sluit niet uit dat ook andere bewijsmiddelen mogelijk zijn. Verder komt er een aangepaste instructie voor de medewerkers van de Belastingtelefoon over de koppeling kinderopvangtoeslag aan gewerkte uren voor zelfstandigen.

Let op!

Indien u uw werkzaamheden als zelfstandige beëindigt,  blijft u nog  drie maanden recht houden op kinderopvangtoeslag.

                                                            Emiel Reijerse
                                                            deWaardKramer belastingadviseurs
                                                            e.reijerse@dewaardkramer.nl

Volg @deWaardKramer nu ook op Twitter.

Bij de samenstelling van de berichtgeving is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd, maar deWaardKramer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan

In december 2011 stapt de Belastingdienst over op nieuwe beveiligingscertificaten waarop programma’s van de Belastingdienst worden aangesloten. Dit heeft gevolgen voor het versturen van aangiften via aangifteprogramma’s.

Gegevens versturen na 13 december
Heeft u een aangifteprogramma, om bijvoorbeeld een voorlopige aanslag aan te vragen of te wijzigen of om aangifte te doen, vóór 13 december gedownload? Let er dan op dat u met dit programma geen aangiften meer kunt ondertekenen en versturen. Ditzelfde geldt ook voor het aanvraag- en wijzigingsprogramma voor de toeslagen. Vanaf 13 december zijn de programma’s van de Belastingdienst namelijk aangesloten op nieuwe beveiligingscertificaten. Hierdoor dient u het programma opnieuw te downloaden en te installeren. Het programma dient overigens op dezelfde plaats op uw computer te worden opgeslagen. Het nieuwe programma neemt zo de gegevens over die u al eerder heeft ingevuld.

Wat zijn beveiligingscertificaten?
Beveiligingscertificaten zorgen ervoor dat de gegevens die u in het programma invult en verstuurt naar de Belastingdienst, niet gelezen kunnen worden door anderen. De nieuwe certificaten die de Belastingdienst gaat gebruiken zijn verbeterd en nog veiliger.

Let op!
De nieuwe certificaten werken niet met verouderde versies van besturingssystemen of internetbrowsers. Controleer dus of u de juiste versie van het besturingssysteem of de internetbrowser hebt.

                                                            Emiel Reijerse
                                                            deWaardKramer belastingadviseurs
                                                            e.reijerse@dewaardkramer.nl

Volg @deWaardKramer nu ook op Twitter.

Bij de samenstelling van de berichtgeving is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd, maar deWaardKramer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan